maandag 23 september 2013

IS DIT EEN GRAP? HEMELSE EN HELSE HUMOR

Hemelse updates: op naar de i Pete?

Komt een man bij Petrus aan de hemelpoort....  Hoeveel moppen met deze woorden beginnen, we durven er niet naar te gissen. En of ze ook leuk zijn, willen we niet eens beantwoorden.

Het spreekt welhaast voor zich, dat de fascinatie voor het leven na de dood zich niet beperkt heeft tot de serieuze beeldvorming. Maar hoe serieus en verontrustend menig beeld ook (geweest) is, het zal de humor niet altijd buiten de deur gehouden hebben. Ook al was hun insteek dan misschien wel ingegeven door doodsangst of dreiging, heel wat Middeleeuwse voorstellingen zijn kleurrijke getuigenissen hiervan. Naast de gebeeldhouwde figuren op de gotische kathedralen, hoeven we daarbij maar te denken aan de boekverluchtingen, zoals de afbeeldingen van de Gebroeders Van Limburg. Om maar te zwijgen van de hellebeelden van Jeroen Bosch. Vooral de geestelijkheid moet het daarbij vaak ontgelden. Niets is natuurlijk zo (leed)vermakelijk wanneer juist de hoeders van de christelijke moraal en braafheid zich te buiten gaan aan allerlei zonden en streken en daarvoor in de hel op gepaste wijze worden 'beloond'. Zo nu en dan heeft zelfs de duivel de hand in het helse gedrag van heilige boontjes. Ook Satan heeft een bijzonder gevoel voor humor.

The naughty nun
Een moderne variant op een eeuwenoud vermaak: de stoute non met de duivelse streekjes. 

Dit leedvermaak en deze spot is ook duidelijk aanwezig in de moppen en witzencultuur. Boccacio's Decamerone en Erasmus 'Lof der zotheid wisten al raad met de ondeugende clerus. En van lieverlee brachten zelfs de heiligen en hemel- en hellebewoners het tot hoofdpersoon van een mop. Plotsklaps blijkt Petrus niet helemaal de snuggerste, snapt Onze Lieve Heer het af en toe ook niet meer helemaal, of staat hij zowaar te bakkeleien met Mozes of met Allah.

commentaar overbodig

Over het niveau van al deze grapjasserij zullen we het verder maar niet hebben. Nadat we in onze apocriefen al eens eerder - zie Adam und Eva im Paradiese -de paradijselijke meligheid in ogenschouw hebben genomen, besteden we deze keer in een nieuwe apocriefe aflevering (6) aandacht aan een aantal moppen van derden.  Naar ons idee zal vrij snel duidelijk worden waarom deze het niet verder dan apocrief hebben gebracht. Zoals zo vaak bij dit soort grappen, kun je je daarbij -vrij naar Herman van Veen - afvragen: 'Is dit een grap, of is dit om te huilen? '. Maar misschien dat Petrus zich dat ook net iets te vaak moet afvragen, daarboven aan die hemelpoort.

woensdag 28 augustus 2013

FRANKENSTEIN: NEFERTITI MEETS LAZARUS 2.0

 



Een dag na de première van Frankenstein (1931) wordt regisseur James Whale opgebeld door een wat later bleek buitengewoon ontdane en volledig uitgeputte bioscoopbezoeker. De volledig gebroken man wil hem nog hartelijk danken voor de gruwelijke en vooral slapeloze nacht die hij aan het avondje bioscoop heeft overgehouden. Het is dat wij vele decennia later niet in de gelegenheid waren om deze actie te herhalen, anders was het daar misschien nog van gekomen ook. Maar het staat ons nog steeds als de dag of eigenlijk nacht van gisteren bij, de uitgebreide controle van alle kasten en de onderkant van het bed, gevolgd door die rusteloze sluimerslaap tussen droom en werkelijkheid.

Nu wisten wij ook wel dat die film niet echt geschikt was voor onnozele negenjarigen, maar de verleiding was te groot na al die verhalen. Bovendien was het toch maar film? De straf kwam uiteindelijk in de vorm van nachtelijke silhouetten die het midden hielden tussen de voorwerpen in een jongensslaapkamer en het silhouet van het beroemdste blokhoofd uit de filmgeschiedenis, uiteraard begeleid door de nagalmen van het afschuwelijke gekrijs toen de brandende molen instortte. Daarvoor hoefde je niet eens aan een nachtmerrie toe te komen. Daarom hadden we nog geruime tijd alle begrip voor de actie van de boze beller.

En dan te bedenken dat dit vreemde rechthoekige hoofd, ondersteund door een nek met die merkwaardige bouten, ook maar was ontsproten aan de fantasie van grimeur Jack Pierce. De film zelf was eigenlijk maar een merkwaardig typisch Hollwood-aftreksel van het oorspronkelijk boek van Mary Shelley.

A modern Prometheus luidt de ondertitel van de roman. Aan wat eigenlijk expliciet aan de goden was voorbehouden, daar moesten gewone stervelingen - zo ook Prometheus - zich verre van houden. Zeker als het om het scheppen van leven ging. Voor christenen was en is dit het monopolie van Onze Lieve Heer zelf, of desnoods van zoon Jezus Christus, die - zoals we kunnen vernemen uit het Nieuwe Testament -  Lazarus uit de dood weer tot leven wekte.

Victor (in de film Henry genoemd) Frankenstein legt dat allemaal naast zich neer, als hij een overledene weer uit de dood doet herrijzen. Sterker nog, hij gaat nog een stapje verder als hij zijn eigen 'perfecte' creatie samenstelt uit delen van verschillende doden, en vervolgens nieuw leven inblaast. Al gebruikt hij daarvoor -  volgens de nieuwste wetenschappelijke mode -stroom. Is er leven na de dood? Jazeker, en meer dan dat, je krijgt een soort herkansing in een vernieuwd en beter lichaam. Je zou als het ware kunnen spreken van een Lazarus 2.0.


De scene waarin het publiek voor het eerst het monster in levende lijve kon aanschouwen.

Het probleem van deze verbeterde versie was alleen, dat hij zijn uiterlijk niet meehad. Victor was dan weliswaar een briljante wetenschapper, maar van plastische chirurgie had hij helaas geen kaas gegeten. In de filmversie kwam daar nog eens bij, dat de producent van mening was dat het monster "per ongeluk" de hersenen van een moordenaar moest krijgen. Volgens de filmnormen van die tijd gingen een afzichtelijk uiterlijk en een zwaar criminele aard daarmee weer eens hand in hand. Het kon dan ook niet anders, dat het geheel ontaardde in een aaneenschakeling van dood en verderf. Aan het slot keek het wanhopige en opgejaagde monster vanaf een brandende molen neer op een woedende en wraaklustige menigte. Zo kwam het kwaad hevig krijsend om in de vlammen van de instortende molen. Althans dat zouden we toch mogen verwachten?


De bruid is niet echt bereid in te gaan op de avances van het monster.

Echter, door het grote succes van de film kon een vervolg - waarin het monster het toch overleefd bleek te hebben- niet uitblijven. Het monster kreeg zowaar menselijke trekjes. Hij leerde praten, sigaren roken en - last but not least - wilde zelfs een eigen passend speelkameraadje. En de aangewezen persoon om daarvoor te zorgen liet zich raden: Victor Frankenstein.

Het vervolg met de toepasselijke titel Bride of Frankenstein (1935) is eigenlijk een merkwaardige aaneenschakeling van vreemde scenes en dito figuren. Een aantal volgt het boek van Shelley, maar het vreemdst is een zekere Dr. Pretorius. Hij weet - in samenwerking met het monster - Victor uiteindelijk zo ver te krijgen dat hij weer het laboratorium betreedt. Uiterst merkwaardig daarbij is dat deze Pretorius - hoe wordt totaal niet duidelijk - een hele rij zeer uiteenlopende minimensjes heeft weten te creëren. Tezamen vormen ze soort kermisattractie, die op commando allerlei kunstjes vertoont. Waarschijnlijk moesten ze zorgen voor een luchtige noot in de film, om te voorkomen dat James Whale weer lastig gevallen zou worden door boze bellers. In elk geval is totaal onduidelijk waarvoor Pretorius Frankenstein nodig heeft.

Hoe dat ook zij, half gedwongen en half gechanteerd gaat Victor opnieuw aan de slag. Deze keer om een bruid voor het monster te scheppen. Vanzelfsprekend wordt het weer een Frankensteiniaanse schoonheid. Wederom heeft grimeur Pierce zich mogen uitleven. Nadat hij eerder de Britse acteur William Pratt - beter bekend als Boris Karloff  (zie ook Mummies) - als het monster onsterfelijk heeft gemaakt, wordt nu actrice Elza Lancester aan zijn fantasie bloot gesteld. Het toeval wil dat hij en Irma Kusely zich bij het kapsel sterk hebben laten inspireren door de kroon van Nefertiti. Jammer genoeg voor de bruid - maar wel overeenkomstig de vaardigheden van Victor Frankenstein - heeft hij de rest van Nefertiti daarbij buiten beschouwing gelaten. Voor het monster is dit geen probleem, maar de bruid zelf denkt daar anders over, vooral tijdens haar eerste afspraakje met het monster. Ook hier laat het einde zich raden: deze keer zorgt het monster zelf - we zien op de valreep nog een traantje over zijn wang biggelen - dat alles ten onder gaat. Nu eindigt het met een grote explosie, waarmee hij samen met zijn bruid en ook Pretorius in de lucht vliegt. Tenminste, daar ziet het naar uit, want ... inderdaad...

JEEPERS!
 
De opvolger,  The son of Frankenstein - een draak van een film, met Karloff de laatste keer in de rol van het monster - lijkt tevens het startsein voor een lawine aan belabberde 'Franksteinfilms. We laten hier een aantal modernere versies even buiten beschouwing. Na allerlei serieus bedoelde onderlinge ontmoetingen - zogenaamde meet-films - tussen de filmmonsters van uiteenlopend pluimage, komt het absolute dieptepunt in het genre met de films met de komieken Abbott en Costello. Bud Abbott en Lou Costello, een soort vroegtijdige Amerikaanse tegenhanger van onze The Mounties, inclusief het gevoel voor humor, zijn misschien wel toegevoegd om negenjarigen gerust te stellen.

Maar wees gewaarschuwd, wie naar Abott en Costello meet Frankenstein heeft gekeken, loopt het risico op structurele slapeloosheid. Nee, dan nog liever Boris Karloff met een sigaar onder je bed. En als we heel eerlijk zijn, eigenlijk nog veel liever de bruid, omdat ze ons ergens toch aan Nefertiti doet denken.



zaterdag 17 augustus 2013

VALS LICHT AAN HET EINDE VAN DE TUNNEL?


Na de dood is er niets, de dood zelf is niets,
de laatste grenspaal van een snelle baan.
Hebzuchtigen, hoop niet, vreesachtigen schrik niet.
De gulzige tijd en de chaos verslindt ons,
dood is onsplitsbaar, vernietigt het lichaam
en spaart niet de ziel...
vraag je waar jij na je dood zult liggen?
Waar ongeborenen liggen.*

Aldus de Romeinse dichter Seneca in zijn Trojaanse vrouwen in de mooie vertaling van Piet Schrijvers.



Kortom, dood is dood, punt uit. Maar natuurlijk niet als het aan de vele religies ligt, waar we al die prachtige hiernamaalsbeelden aan te danken hebben. Hiernamaalsbeelden die tot ons zijn gekomen door allerlei, uiteenlopende openbaringen en visioenen via sacrale tussenpersonen zoals profeten, priesters, sjamanen of zowaar hemelse boodschappers van het type engel.

Nu mag iedereen natuurlijk geloven wat hem of haar goeddunkt. En zoals al eerder opgemerkt kan een rotsvast geloof gepaard gaan met buitengewoon fantasierijke beelden over het leven na de dood. De Atlas steekt wat dit betreft zijn verwondering en bewondering hiervoor niet onder stoelen of banken. Bij het ontwerpen van de kaarten hebben we daar dan ook meer dan dankbaar gebruik van gemaakt.

Verbazingwekkend wordt het meestal als de wetenschap zijn intrede gaat doen. Met name in de moderne tijd is kennelijk de behoefte groot om het leven na de dood ook wetenschappelijk te gaan onderbouwen. En zelfs in de 21e eeuw lijkt die behoefte soms groter dan ooit. Een prachtig voorbeeld hiervan zijn de nog steeds alom opdoemende hemelse uitstapjes, waar met name inwoners van Amerika voor uitverkoren lijken te worden, getuige de niet te stuiten stroom verslagen in boekvorm. Zonder nu meteen van een oorzakelijk verband te spreken, heb je soms het idee dat deze op dezelfde plaatsen voorkomen als waar Ufo's gesignaleerd worden. Maar dit zal wel toeval zijn.

Tussen Leven en dood van Jozef Rulof is een voorbeeld van de niet aflatende stroom boeken met BDE's .

In dezelfde categorie vallen wat ons betreft de bijna-doodervaringen (BDE's), waarmee de indrukken worden bedoeld van mensen die op het randje van de dood hebben gezweefd. Een grote gemene deler in deze overgangstoestand lijkt de aanwezigheid van een fel licht. Niet zelden treedt men ook nog eens buiten zichzelf, waarbij men de eigen persoon en de directe omgeving nauwkeurig gadeslaat.

 
Jeroen Bosch ' Opstijging naar het Hemelse paradijs met de befaamde lichttunnel geniet een grote voorkeur als het gaat om een boekenkaft voor de reisverslagen van vele BDE-ers.

Voor velen en zeker voor de goedgelovigen onder ons is dit zowaar het ultieme bewijs dat er zoiets als een hemel bestaat. Aangezien de hemel bekend staat als een soort zonnig vakantieoord, schijnt deze ons op de weg ernaar toe als het ware al tegemoet, een gegeven dat we ook al vinden in Oud Perzische hiernamaalsbeelden (zie ook Mesopotamische hiernamaals in de Atlas).

Uiteraard zijn er de afgelopen jaren, ja eeuwen, de nodige twijfels geuit bij al die (quasi)wetenschappelijke argumenten. Hoewel de ware gelovigen zich daar weinig gelegen aan zullen hebben, is onlangs met behulp van dierproeven wetenschappelijk verantwoord aangetoond, dat er in geval van hartdood zijn, nog steeds sprake is van bepaalde - soms zelfs verhoogde - hersenactiviteiten, die dus iets in de hersenpan teweeg kunnen brengen. Vanzelfsprekend is daarmee niet het bewijs geleverd dat er geen hiernamaals of hemel bestaat. Maar de kans is groot dat ook het licht aan het einde van de tunnel een product is van onze fantasie.

Kortom, de kans is buitengewoon groot dat Seneca het in de eerste eeuw na Christus al bij het juiste eind had. Voor hem was er dus sowieso niets om over naar huis te schrijven, toen hij door zijn baas, keizer Nero, als dank voor verrichten diensten gedwongen werd tot zelfmoord. Maar gun óns toch alsjeblieft de vreugde en voorpret van al die schitterende hiernamaalsbeelden, ook al zijn het dan hersenspinsels. Zolang we het daar ook maar bij laten.



* met dank aan Marco van der Schuurs recensie (Extreme tragedies voor extreme tijden) in de Groene Amsterdammer van 8 augustus 2013.

maandag 29 juli 2013

ISLAMITISCH KRUISVERHOOR IN HET HIERTUSSENMAALS

 
 


Een droevige Azrail komt Mohammeds ziel ophalen om naar de hemel te brengen.
 
Aflevering 5 van onze reeks Apocriefjes besteedt deze keer aandacht aan de ondervraging in het graf zoals dat - volgens bepaalde islamitische bronnen - na het overlijden plaatsvindt.
 
Voordat er sprake is van een helse of hemelse bestemming, begeeft de overledene zich eerst naar een soort tussenverblijf, een ruimte tussen het hiernumaals en het hiernamaals.
 
Hoewel de dode bij aankomst meteen al kennismaakt met opperduivel annex 'engel des doods' Azra'il, is de hoofdrol in dit hiertussenmaals weggelegd voor het duivelse duo annex verhoorpieten Munkar en Nakir. Voor hoe dat allemaal in zijn werk gaat, verwijzen we graag naar voornoemde Aflevering 5.

 (fragmenten Geïllustreerde Atlas van het Hiernamaals)
 

In de Atlas hebben we de overgang naar het hiernamaals - zie hiervoor de kaart van het Islamitische Hiernamaals - vorm gegeven middels een gebied,  Het Graf, dat zich in de linkerbenedenhoek van de hemel en in de linkerbovenhoek van de hel bevindt. Twee drooggevallen rivierbeddingen - wadi's geven het overgangsgebied naar respectievelijk hemel en hel weer.
 
Al-Sirat
(naar de verbeelding van Najmo)
 
Als sluitstuk van het Kruisverhoor volgt de gang over de Sirat, de brug die over het hellevuur naar de poorten van de hemel leidt. Heeft de ziel het gered, dan volgt een geslaagde tocht. Slechte zielen halen de overkant niet. Zij vallen naar beneden en komen met een akelige smak in Djahannam, de hel, terecht.
 
 
 
Op de martelaren van het geloof wacht  de zevende hemel, alwaar zich naar verluidt 72 maagden op hun komst verheugen. In de Atlas hebben we al de nodige aandacht besteed aan dit verschijnsel. Opmerkelijk in dit verband is het feit, dat het meer dan eens aanleiding heeft gegeven tot de wildste (seksuele) fantasieën, met name vanuit niet-islamitische hoek. Een zoekopdracht via internet levert daarbij soms verrassende resultaten op, zoals mag blijken uit onderstaande afbeelding.



vrijdag 19 juli 2013

PAUS FRANCISCUS & DE HEMELSE TWEETPAS


Paus Franciscus in de weer met een van zijn tweets?


One hell of a deal: Pope Francis offers reduced time in Purgatory for Catholics that follow him on Twitter,
kopte The Indepent van 19 juli 2013.

Nu moet het natuurlijk niet gekker worden. Waren we net verlost van die aflaatpraktijken, blijkt dat we ons toekomstig verblijf in het vagevuur nu ineens kunnen bekorten door de Heilige Vader op Twitter te volgen. Het grote verschil is natuurlijk dat je voor het kopen van een aflaat redelijk bemiddeld moest zijn, terwijl een tweetje niet echt in de papieren hoeft te lopen. In dat opzicht is Franciscus het armoede-ideaal toch enigszins getrouw. En ook het praten met vogeltjes past volledig in de lijn van zijn beroemde heilige naamgenoot.

Tja, een tweetpas in plaats van een kortingskaart, je moet er maar op komen.

(met dank aan Arnold Kuijk)

donderdag 18 juli 2013

EEN ONTMOETING MET DE EEUWIGHEID: NEFERTITI



Zij stond bekend als de mooiste vrouw van de Oudheid, Nefertiti of Nofretete, de Grote (hoogste) Gemalin van farao Amenhotep IV, beter bekend als Eknaton of Achnoten of nog een aanzienlijk aantal andere spellingsvarianten.

Deze reputatie was gebaseerd op de beroemde buste die bij opgravingen bij het Egyptische Tel el-Amarna in 1912 onder het woestijnzand vandaan werd gehaald. Nefertiti's buste kwam uiteindelijk in het Egyptisch museum te Berlijn terecht. Dit jaar vormde zij het middelpunt van een tentoonstelling in het Neues Museum die gewijd was aan de opgravingen te Amarna van precies een eeuw geleden.

Alle reden om eens de proef op se som te nemen. Nu is schoonheid uiteraard een buitengewoon subjectieve aangelegenheid, een kwestie van smaak zou je kunnen zeggen. Maar wie de prachtig opgezette expositie doorloopt wordt aan de finish meer dan rijkelijk beloond. Als een magneet trekt de buste je naar zich toe en dwingt je om elk facet van haar voorkomen aandachtig te bestuderen.



Het kan niet anders dan dat zij elk moment tot leven zal komen. Wat ook weer niet zou kunnen, omdat ze dan dood zou moeten zijn. Ze oogt als een straatartiest die zich voordoet als een 'levend' standbeeld en uiteindelijk toch uit zijn rol zal moeten vallen. De bijbehorende catalogus spreekt van eeuwige schoonheid om vervolgens een half kantje aan een beschrijving hiervan te besteden. En dat is echt geen overbodige luxe. Of zoals het wordt omschreven: Bereits der Versuch einer Beschreibung zeigt den Facettenreichtum dieses Kunstwerks.


En dan te bedenken dat het hier naar alle waarschijnlijkheid om een proefmodelletje gaat. Beeldhouwer Thoetmozes was nog in de weer met de eindversie. De getoonde buste mist een oog dat er wellicht ook (nog) niet in heeft gezeten. En de nek is bijgewerkt met gips. Maar de schoonheid en aantrekkelijkheid zit hem juist niet in de volmaaktheid, maar in de tekentjes van imperfectie. Hier zien we een rijpe vrouw met kleine rimpeltjes onder de ogen en in de mondhoeken. Kortom, een mens van vlees en bloed met levenservaring die is af te lezen op haar uiterlijk.. Maar hoe heeft dat nu allemaal ooit zover kunnen komen?

Enigszins kort door de bocht verteld, besloot farao Amenthotep IV om en nabij 1330 voor Christus dat er een einde moest komen aan de verering van die grote verzameling goden in Egypte. Eentje was voldoende, de zon(neschijf), Aton, volgens sommige deskundigen beter vertaald als Het Licht. Met het einde van het polytheïsme vond hij dat die ene god ook een eigen vereringsplaats langs de Nijl vediende, de nieuwe hoofdstad Achet Aton (horizon van Aton), die precies halverwege de oude hoofdsteden Memphis en Thebe lag en zo'n 50.000 inwoners en legio paleizen, tempels en werkplaatsen telde. Bij de verering van Aton speelden hij, die zichzelf nu Eknaton noemde en zijn gemalin Nefretiti een wezenlijke rol. Zeker opmerkelijk was dat de Grote Gemalin vrijwel op voet van gelijkwaardigheid met de farao kwam te staan, wat in de afbeeldingen tot uitdrukking kwam in haar groeiende formaat. Dit alles ging ten koste van de rol en positie van de priesters, die daar uiteraard niet blij mee waren.


De nieuwe cultus ging gepaard met een soort van revolutie in de kunst. Continuïteit c.q. onveranderlijkheid was eeuwenlang het kenmerk van de Egyptische beeldende kunsten geweest. Onder Eknaton zien we plotsklaps staaltjes van realisme, zij het in een idealistisch jasje, omdat er nu eenmaal ook propaganda mee bedreven moest worden. Een voorbeeld hiervan zijn de afbeeldingen van Eknaton en Nefertiti in aanbidding van de zon, waarbij ze een soort medium vormen met behulp van de stralen. Een ander voorbeeld zijn de afbeeldingen van de 'happy family' , oftewel de farao, zijn vrouw en hun drie dochters. Wie weet staat zelfs de Egyptische DJ Armin van Buuren nog ergens in een hoekje afgebeeld.


Maar zoals zo vaak kwam aan al dat geluk toch een eind. Het is onbekend welke rol de jaloerse priesters in dezen hebben gespeeld, maar na Eknatons dood, heeft zijn opvolger - de bekende - Toet ank amon - er alles aan gedaan om elke herinnering en elk spoor aan Eknatons heerschappij en cultus uit te wissen. En met succes, tot begin vorige eeuw, toen de opgravingen bij Almarna begonnen en men uiteindelijk de werkplaats van meesterbeeldhouwer Thoetmozes vond. Daarmee kwamen ook wij eindelijk in de gelegenheid om een blik te werpen op een staaltje vakmanschap van  ruim 3300 jaar geleden en het bewijs dat schoonheid eeuwigheidswaarde kan hebben.


Het schijnt zo ter zijn, dat het aanbrengen van de juiste verlichting boven de vitrine behoorlijk wat voeten in de aarde heeft gehad. Wellicht dat er wat lumineuze kunstgreepjes zijn toegepast om Nefertiti de juiste uitstraling te geven en daarmee de bezoeker in vervoering te brengen. Maar wie graag een blik op de eeuwigheid en de onvergankelijkheid wil werpen, moet het spel meespelen. Pas echter wel op voor de suppoosten; wie het glas te dicht nadert, wordt genadeloos uit zijn droom geholpen.


Tentoonstelling: Im Licht von Amarna (Neues Museum Berlin)
Bron: Carola Wedel, Nofertete und das Geheimnis von Amarna
http://www.neues-museum.de/

(met dank aan Marianne & René)

donderdag 4 juli 2013

VAN JIBRIL TOT AZRA' IL: DE ISLAMITISCHE ENGEL

Islamitische engelen maken zich op voor het gebed.

In de apocriefe reeks Engelen & Duivels staat in episode 9 de Islamitische engel centraal. Net zoals in het christendom is hier sprake van een strenge hiërarchie met een duidelijke taakverdeling. Elke christelijke aartsengel kent dan ook zijn islamitische tegenhanger. In zekere zin een uitzondering daarop vormt het duo Nakir en Munkar, dat verantwoordelijk is voor het toelatingsexamen tot het paradijs. Dit vindt plaats tijdens de zogenaamde ondervraging bij het graf, maar daarover later meer.

Een ander opvallend verschil is dat de islamitische engelen niet met die typische witte ganzenveren, maar met kleurrijke papagaaienveren worden afgebeeld, al dragen christelijke engelen natuurlijk ook niet altijd een smetteloos wit verenpak. Waarbij de kanttekening geplaatst moet worden, dat afbeeldingen van personen in de islamitische kunst in het algemeen zeer beperkt zijn. Vaak betreft het dan ook Perzische miniaturen of voorstellingen uit het Verre Oosten, waar de voorschriften klaarblijkelijk wat soepeler geïnterpreteerd worden.

 
Jibril                  &                                              Gabriel