zondag 9 maart 2014

DANSE MACABRE TUSSEN HEMEL EN HEL

Voor de een vormt het de jaarlijkse onderdompeling in hemelse sferen, voor de ander staat het gelijk aan een bezoek aan de diepste onderaardse hellekrochten, inclusief het helse kabaal van zwaar benevelde demonische wezens. Maar hoe je het ook wil bekijken, de carnaval is jammer genoeg of is het gelukkig weer voorbij. Ach, maar het is niet aan ons om op deze plaats daarover te oordelen.

 
 
Fresco van een dodendans (detail) in de heilige Mariakerk in Beram (Kroatië), met onder meer een boer, een rijke vrouw en een hoge geestelijke.
 
Carnaval is voor sommigen nu eenmaal een serieuze traditie gehuld in volksvermaak die op een of andere manier verbonden is met eeuwenoude lenteriten. Ook de oude Germanen en de Romeinen kenden namelijk zo hun gebruiken op dit gebied. Vaak markeerden zij het begin van het nieuwe jaar en dus het afscheid van het oude jaar. De Romeinen namen hiervoor trouwens uitgebreid de tijd. Niet voor niets telde hun jaar slechts tien 'echte' maanden - van maart tot en met december - die nog steeds terug te vinden in onze benamingen met september als 7e tot en met december als 10e maand. Tijdens de andere twee maanden lag het leven min of meer stil, zeker van het perspectief van de landbouw, het werken op het land. Januari en februari waren daarom 'feestmaanden', met onder meer een belangrijke rol weggelegd voor de god Janus, de god die twee kanten - oud en nieuw - uitkijkt (zie Januskop). Janus werd aangeroepen aan het begin van de zaai- en oogstseizoenen, evenals bij huwelijken en geboorten. Janus was als het ware een soort goddelijke portier van en naar nieuw leven. Niet voor niets werd zijn naam in een adem genoemd met de zogenaamde Saturnaliën, ter ere van de god Saturnus, aan het begin van de zonnewende (21 december), feesten in aanloop naar de lente.

 
Janus(kop) Vaticaan Museum,  Rome

Ook de Germaanse volkeren kende dergelijke lenteriten, waarbij met groot vertoon afscheid werd genomen van de winter en de wintergeesten. Vermoedelijk waren bepaalde gebruiken in de Middeleeuwen hier nog op gebaseerd. Om een echt nieuwe start te kunnen maken, was het nodig dat eerst alles op z'n kop gezet werd. Voordat men weer tot de dagelijkse gang van zaken kon overgaan, werd deze en dus ook de maatschappelijke orde eerst als het ware omgekeerd. Zo kon het zijn dat de dorpsgek benoemd werd tot dorpsleider, om na enkele dagen van feestelijkheden weer afgezet te worden, waarmee de orde werd hersteld. De uitverkorene stond zo symbool voor het oude. Om het nieuwe een kans te geven, moest het eerst vernietigd worden: Le sacre du printemps, het lenteoffer verpakt in allerlei rituelen.*  Deze vernietiging van het oude zien we nog terug in het carnavalsgebruik, waarbij op de laatste avond een grote pop of een masker verbrand, in het water gegooid of begraven wordt.

 
Het Mooswief te Maastricht, vlak voor de rituele onderdompeling.
 
 
De meest fervente carnavalsvierders zien juist in dit omgooien van de maatschappelijke verhoudingen één van de grote verdiensten van het carnaval. De massale verkleedpartij heft tijdelijk alle sociale verschillen op en biedt aldus de mogelijkheid om op voet van gelijkwaardigheid met elkaar in contact te komen. Met gezonde spot kan men vervolgens zijn hart luchten en zo de basis leggen voor hernieuwd gemeenschapsgevoel. Alle frustraties hebben een uitlaatklep gekregen en de gemeenschap kan weer als vanouds functioneren. Wellicht dat de wens meer dan eens de vader van de gedachte is, maar de gedachte zal ongetwijfeld vol goede bedoelingen zijn. Het zal niemand verbazen, dat de euforische werking van alcoholnevelen de klare blik op de werkelijkheid ook wel eens zou kunnen vertroebelen. Maar wie zal het zeggen, carnaval als democratische smeerolie voor de vastgeroeste standenmaatschappij? Met de uniformiteit van de kostuums als middel om de onderlinge maatschappelijke verschillen te verstevigen?

 
Fragment van een 15e eeuws fresco in de Heilige Drie-eenheidskerk te Hrastovlje, (Slovenië), waarop diverse hoogwaardigheidsbekleders (zie ) staan afgebeeld naast eenvoudige lieden)

Dit beeld van de uniformiteit doet sterk denken aan de zogenaamde dodendans, de danse macabre, die de wand van behoorlijk wat kerkgebouwen heeft versierd. Wellicht is hij voor menigeen vooral bekend van een prachtige muziekstuk * *van Camille Saint-Saëns (1835-1921), ook al kennen we dat meestal weer in eerste instantie van de Efteling (Het Spookslot). Toch waren dodendansen al in de late middeleeuwen buitengewoon populair. Zij stonden in het teken van momento mori, het gedenk te sterven, en vormden een waarschuwing dat het aardse bestaan slechts van voorbijgaande aard was waarvoor men later - in eeuwigheid -  ter verantwoording zou worden geroepen. Het mag duidelijk zijn, dat wie zich schuldig maakte aan een leven vol zonden, dit in het hiernamaals zwaar zou moeten bekopen. Opvallend was dat met name degene die het in het hiernumaals vooral materieel voor de wind ging, zich extra zorgen moest maken.

Dodendans waarin mensen van verschillende rangen en standen door de dood worden opgehaald. Fragment van een fresco in de Discipelenkerk, Clusone, Bergamo, Italië.

Wie zo'n dodendans nader bekijkt ziet een rij - eigenlijk een rei of rondedans - dansende personen van verschillend allooi en allure die allen vergezeld worden door een (hun) eigen skelet. Hiermee wil men uitdrukken dat we in de dood allen gelijk zijn, een bleek geraamte. Het komt nu niet aan op uiterlijkheden, maar op het innerlijke, de reinheid van de ziel. In dit opzicht zal volgens de gedachtegang van de dodendans de omkering van de maatschappelijke orde - met de maatschappelijk bevoorrechten nu in de rol van de grootste zondaars - permanent zijn.

The intrigue (James Ensor, 1890)

Carnaval en het principe van de dodendansen zijn naar ons idee op schitterende wijze met elkaar gecombineerd door de Belgische kunstenaar James Ensor. Op zijn schilderijen komen doodsdreiging, carnavalesk vertier en maatschappijkritiek op een bijzondere wijze uit de verf. Helse angst en hemels genot kunnen dus wonderwel samen gaan. Ook al is carnaval voor de een identiek aan een bezoek aan de hel van de Barok (waarover later meer) en voor de nader de jaarlijkse onderdompeling in een warm bad van nostalgie zonder de rimpeltenen na afloop. Maar per slot van rekening is de hel voor alle duivels per definitie een hemels oord. Voor de twijfelaars is er daarom altijd nog de mogelijkheid om op Vastenavond een bezoek te brengen aan café 't Duvelke, gelegen in de Helstraat, nabij de Paradijsstraat. Kortom, er is altijd sprake van keuzevrijheid. Waar gaat dus de volgende danse macabre heen?

 
de hemelse hel?
(Café 't Duvelke, Sittard)


* het louteringsproces van carnaval is meesterlijk beschreven in de roman Naar de overkant van de nacht van Jan van Mersbergen; lees dat boek!!
** voor een ieder die het zich niet zo snel voor de geest kan halen, een bijzondere versie met animatie:
http://www.youtube.com/watch?v=z0glOYQBlSA


zondag 16 februari 2014

KINGDOM OF HEAVEN OF KRUISVAARDERS OP HELLEVAART?

Hemels Jeruzalem
(Gustave Doré)


Eind 11e eeuw riep paus Urbanus II zijn gelovige onderdanen op tot een Kruistocht om het (vermeende!) Heilige Graf (van Jezus Christus) in Jeruzalem te bevrijden. Tot die tijd hadden joden en christenen in en rond Jeruzalem in alle rust hun geloof kunnen belijden; de Arabische overheersers waren in dit opzicht tamelijk verdraagzaam geweest. Met de komst van de Seldsjoeken kwam hier een einde aan. Ook het christelijke Byzantijnse rijk werd bedreigd. De Byzantijnse keizer deed hierop een oproep om hulp, waar de paus - namens alle christenen in het westen - graag gehoor aan gaf. Hij wist een groot leger te mobiliseren, bestaande uit koningen, edelen, maar ook eenvoudigere lieden. Iedereen had zo zijn motieven: avontuur, grond, buit of religieuze overtuiging. Toch zal het vooruitzicht op een grotere kans op een plekje in de hemel voor menigeen ook aanlokkelijk zijn geweest. Immers, wat zou je daarvoor nog meer kunnen doen dan het graf van Jezus Christus, de Verlosser in eigen persoon zelf, te bevrijden?

Hoe dan ook, niet veel later trok een groot kruisvaardersleger, over land en over zee, oostwaarts. In 1099 veroverden de kruisvaarders Jeruzalem en stichtten enkele kruisvaardersstaten langs de oostkust van de Middellandse Zee. Het belangrijkste werd het Koninkrijk Jeruzalem met aan het hoofd een koning annex 'beschermer van het Heilige Graf'.

De kruisvaardersstaten

Uiteraard zat in dit nieuwe koninkrijk een verwijzing naar het Hemelse Jeruzalem uit het Oude Testament. Het nieuwe Jeruzalem, zoals het ook genoemd werd, zou de woonplaats worden van alle gelovigen die na het Laatste Oordeel zouden zijn uitverkoren. De gouden stad vol pracht en praal zou als het ware uit de hemel neerdalen en haar poorten openen voor alle gelukzaligen. Het mag duidelijk zijn, dat voor alle verdoemden een andere bestemming zou zijn weggelegd. Zij zouden voor eeuwig branden in de hel. Het is wellicht geen verrassing, dat onder deze verdoemden de 'heidense' moslims een prominente plaats dicht bij het hellevuur zouden innemen.

Toen de Kruisvaarders Jeruzalem veroverden had het er overigens alle schijn van, dat zij het Bijbelse scenario naar de letter volgden. In een soort van generale repetitie, mochten de veelal islamitische inwoners van Jeruzalem en omstreken de rol van verdoemden op zich nemen. Het nieuwe 'Hemelse Koninkrijk' werd gegrondvest op moord en doodslag, een gigantisch bloedblad zonder onderscheid des persoons. Na een dergelijk optreden kon wraak van islamitische zijde natuurlijk niet uitblijven. Je hoefde geen ziener te zijn, om te voorspellen wat de christelijke slagers te wachten zou staan als de gelegenheid zich zou voordoen. En die kwam er ook, misschien wel sneller dan gedacht.  


Ridley Scotts niet onaardige interpretatie van de Kruistochten in zijn Kingdom of Heaven uit 2005.

Nadat de islamitische legers zich onder Saladin weer verenigd hadden, was het weer vrij snel afgelopen met de hemelse missie van de paus. In 1291 viel Akko als laatste kruisvaardersstad in Arabische handen.|Je zou kunnen zeggen, dat de kruisvaarders hun 'verdiende straf' niet ontliepen. En sterker nog, ook na hun dood zou deze - geheel in de lijn van het denken over leven na de dood bij zoveel culturen - een navenante voortzetting krijgen. In de onderste krochten van de zeven hellen van de islam is er ongetwijfeld een speciaal pijnlijk gebied gereserveerd voor de 'heroïsche' veroveraars van weleer.


Een prachtige voorstelling van een Islamitisch Laatste Oordeel waarbij Mohammed zowaar Allah bijstaat om de ongelovigen richting hellemuil te sturen.


Kortom, wat ooit begon als een bevrijdingsoperatie van het Hemelse Koninkrijk eindigde vanuit moslimoptiek uiteindelijk met een islamitische hellevaart. Hoe die verder in zijn werk ging, valt na te lezen in hoofdstuk 7 van onze apocriefen over de islamitische ondervraging aan het graf (2).


maandag 6 januari 2014

ENGELEN ZONDER VLEUGELS


moderne voorstelling van een kortgewiekte engel

Als jonge kapelaan had de Italiaanse pater Renzo Lavatori al de gewoonte om de borst- en dijstukken aan de kant te schuiven. Meestal probeerde hij zo snel mogelijk zijn hand op een vleugel te leggen. Het maakte hem niet uit of het nu om kip, kalkoen of gevogelte ging. Het genoegen dat hij ontleende aan het afscheuren van een vleugel was doorgaans even groot als de smaak van het gebraad in zijn mond.

Pater Lavatori
 
Niemand had aan die gewoonte ooit veel aandacht besteed. Totdat hij onlangs het wereldnieuws haalde met een aantal gedurfde uitspraken met betrekking tot engelen. Op een conferentie over deze hemelbewoners in Rome constateerde Lavatori als zelfverklaard engelenspecialist dat de engel een soort comeback lijkt te maken. Dit, vooral dankzij de groeiende populariteit van allerlei New Age achtige religies. Tot ongenoegen van een aanzienlijk aantal meer traditioneel ingestelde christenen moeten we volgens onze engelaar de engel niet zo zeer zien als de gevleugelde hemelse boodschapper maar veeleer als een verzameling lichtstralen. 

In onze apocriefen (zie Engelen en Duivels: de apocriefen) hebben we al eens uitgelegd hoe en waarom de engel aan zijn vleugels is gekomen. En nu wil een Italiaanse pater aan deze eeuwenlang succesrijke voorstelling zo maar een eind aan maken? Wie zit er nu te wachten op engelen zonder vleugels?

De eerlijkheid gebiedt echter te zeggen, dat dit ook weer andere perspectieven biedt. Het toeval wil namelijk dat de ChristenUnie-jongeren elk jaar een 'Engel van het jaar' kiezen. Dit jaar is oud-Kamerlid voor de PvdA Myrthe Hilkens 'uitverkoren'. Zij heeft deze eer te danken aan het feit, dat zij als politica steeds met passie de misstanden in de prostitutie heeft bestreden.

Engel van 2013: Myrthe Hilkens

Ongetwijfeld heeft zij meer dan terecht deze titel verdiend. Bij ons weten is Myrthe echter, ondanks haar engelachtige voorkomen, volledig vleugelloos. En dan niet alleen omdat ze tijdens haar Kamerlidmaatschap de steun van zowel de linker- als de rechtervleugel van haar partij heeft verloren. Maar wie zit er na zo'n uitverkiezing nog op vleugels te wachten?

Daarom is het is een prettige gedachte, dat mede dankzij pater Lavatori engelen zonder vleugels uiteindelijk ook bestaansrecht hebben. Onze engel van 2013 bewijst dat je kennelijk niet perse doorschijnend hoeft te zijn om toch te kunnen stralen als een lichtend voorbeeld voor anderen.  

 

vrijdag 27 december 2013

KLEURRIJKE KLETSKOEK AAN DE HEMELPOORT


 
Indigo blue and green brilliant healing energizing light spiral tunnel
(een zowel veel- als weinigzeggende titel)

Gelukkig dat er in deze donkere dagen rond kerst weer licht aan het einde van de tunnel komt. En deze keer niet saai wit, maar kleurrijk als de regenboog. Jammer genoeg zult u daarvoor wel eerst moeten overlijden, al hoeft dat niet volledig te zijn.

Inderdaad, we hebben het weer eens over de bijna-doodervaring (BDE). Een tijdje geleden - zie Vals licht aan het einde van de tunnel - hebben we hier al aandacht aan besteed. Maar deze keer lijkt er eindelijk ook overtuigend bewijs geleverd voor het bestaan van de hemel.

Want een heuse kritische wetenschapper heeft zelf een hemelse uitstap gemaakt. De Amerikaanse neurochirurg Eben Alexander lag namelijk zes dagen lang in een coma. In deze tijd is hij geheel volgens de regels van het visioenenboekje - zoals wij dat al kennen van bijvoorbeeld Dante - rondgeleid door een gids uit hogere sferen, in dit geval zijn reeds overleden zus. Eenmaal ontwaakt en -naar eigen zeggen- volledig hersteld, heeft hij zijn ervaringen vastgelegd in een kloek boekwerk met de van enige twijfel ontheven titel Proof of Heaven, vanzelfsprekend - zeker in Amerika - een bestseller. 

 
Proof of Heaven

Sinds die tijd verkondigt onze hersensjamaan wereldwijd de blijde boodschap en is hij meer dan eens te gast bij talkshows. Nadat hij al bij Oprah Winfrey te gast was, mocht hij zowaar aanschuiven bij Ivo Niehe's Tros TV show. Wat ongetwijfeld in zijn voordeel spreekt is het feit, dat hij er ook nog eens goed uitziet. Nu probeerde Ivo nog even sceptisch uit de hoek te komen door onze dokter Bernard van de BDE een aantal kritische vragen te stellen. Maar tegenover zoveel charme was hij niet opgewassen. En nadat Alexander eenmaal een korte beschrijving had gegeven van de bijna-doodbeelden, voor ons kijkers schitterend gevisualiseerd met kleurrijke, psychedelische kleurschakeringen en fladderende vlindertjes, waren ook wij verkocht. Om maar te zwijgen van het studiopubliek, dat overwegend leek te bestaan uit smachtende dames. Nee, kom vooral niet aan dit hiernamaals.

 
De cursus BDE?  

Hoe sneu is dit alles voor mensen als columnist Gard Simons, die in een stuk in de Volkskrant * probeert op de gevaren van vermeende hemelbezoekers te wijzen. Simons, die - voor wie dit van belang vindt - zelf overigens ook niet onaardig oogt, toont naar ons idee op overtuigende wijze aan, dat Alexanders boek weinig met wetenschap te maken heeft. Gecombineerd met de plaatjes uit de tv-show hebben we hier kennelijk te maken met het zoveelste voorbeeld van kleurrijke kletsboek onder het mom van wetenschap.

Maar zeg nu zelf, wie zou u nu eigenlijk het liefst geloven? Iemand die probeert u te behoeden voor misleiding door charlatans of iemand die u een fantastische inkijk biedt op het leven na de dood?  Geef maar toe, wij vinden het veel verleidelijker om ons te laven aan kleurrijke kletskoek over het hiernamaals dan open te staan voor al die kritische zuurpruimen die maar blijven beweren dat we van hiernumaals iets moeten proberen te maken. Je zou er bijna spontaan van gaan smachten. Proof of Heaven is daarvan het belangrijkste bewijs.

* Gard Simons, Bijna Dood Ervaring, De Volkskrant

vrijdag 15 november 2013

GODWALDT


de hemelse lange bal

Ze heten vaak Jan, Cees of Harry en ofschoon het lijf steeds meer verzet toont, lijkt het fanatisme met de jaren alleen maar toe te nemen. Elke zaterdag of zondagochtend komen ze trouw bij elkaar. Een Gerard regelt de doeltjes en een Ad verdeelt de hesjes. En dan gaan ze volledig los, zoals koeien na een lange wintertijd in de wei. Die wei is dan meestal een trapveldje of het gazon van een stadspark.

Uiteraard is de voetbalvriendschap ooit beklonken met aansprekende namen als de Pannakoekers, Vondel Vooruit, de Omhaal, de Parking Sons of de Bosvrienden. Bedenksels waar de voetbalhumor zo te zeggen van afdruipt. Eentje heet er zelfs FC Godwaldt, wat meer iets lijkt uit de Noorse of Germaanse mythologie. Of zou de knecht van Bonifatius zo geheten hebben? Volgens de overlevering reikte Godwaldt onze heilige zendeling een bijbel aan om de Friese bijlslagen mee af te weren. Mmm, klinkt best wel aannemelijk. Een kleine naspeuring leert ons dat  het hier - enigszins teleurstellend - om een oud-burgemeester van Roosendaal gaat.


Godwaldt Park
 (stilte voor de storm)

Hoe dan ook, één keer per week wordt er anderhalf uur vol geestdrift gevoetbald. Dat is al decennia lang het geval en dat zal altijd zo blijven, weer of geen weer. Tot de dood erop volgt. Ofschoon ook dat sterk valt te betwijfelen. Want, als het aan de merendeel van de voetbalvrienden ligt, betekent dit niet het einde van deze wekelijkse portie gelukzaligheid. De grote gemene deler van al die hiernamaalsbeelden die de afgelopen 5000 jaar (en meer) aan ons zijn overgeleverd lijkt dit overigens te bevestigen.

In het beeld van (hemels) fantasieland Cocagne hebben we al stil gestaan bij de fantasie als middel tegen het leed van alledag (zie ook Umberto e Cocagne). Welnu, sommigen lieten het niet bij deze weldadige hersenschimmen. Vanaf de late Middeleeuwen zien we - in het bijzonder bij de adel en de rijke burgerij - de neiging om aan de onaangename kanten van het leven in een stad - de drukte, de stank, het lawaai en de ziektes - te ontsnappen door het bouwen van buitenverblijven, lusthoven en ommuurde tuinen. Over het hoe en waarom biedt het hoofdstuk over de Renaissance in de Atlas meer informatie. Op de bijbehorende kaart zullen we later nog dieper ingaan.


Stourhead Castle

Wie lusthoven zegt, zegt Franse maar vooral Engelse tuinen. Liepen de Franse tuinen over van de klare lijnen en symmetrie, de Engelse varianten waren meesterstukjes van het natuurlandschap. Wie de beroemde Engelse parken bewondert, zal vooral aangesproken zijn door de harmonieuze eenheid met de natuurlijke omgeving. Cultuur en natuur lopen perfect in elkaar over. Menigeen zal echter niet beseffen, dat de omringende natuur ook volledig door de mens 'herschapen' is, om maar niet te dissoneren met het park of de tuin. Engelse tuinen zijn zoals de natuur - bij wijze van spreken - zou behoren te zijn: glooiend, kabbelende beekjes, welriekende bloemenpracht en links en rechts een prieeltje of theehuisje.

Deze Engelse tuinen hebben we een prominente rol gegund in de hiernamaalskaart van de 18e en 19e eeuw. Nota bene de tijd van de Industriële Revolutie, maar dus even zozeer de tijd van de aanleg van parken en tuinen. Sitting in an English garden waiting for the sun luidt de tekst van de bekende Beatles-song I am the walrus. Het is dan ook geen toeval dat er een streek Strawberry Fields in de 19e eeuw hemel gesitueerd is. Naast die fruit- en bloemenpracht tonen ons  de 19e eeuwse beelden ook voor het eerst een hiernamaals met spoorlijnen en fabrieken, waar de hemelse arbeiders elke dag fluitend naar hun werk gaan en ongetwijfeld even hard fluitend weer huiswaarts keren. Want, omdat er in het hiernamaals geen gebrek is, zal er dat met vrije tijd zeker niet het geval zijn. En wie vrije tijd zegt, zegt sport en spel.


Godswolds & Newtopia
(kaartfragment Verlichting)

Hoewel dat in de 19e eeuw in het hiernumaals vooral was weggelegd voor de bevoorrechte klassen, zou dat in de hemel vanzelfsprekend vrij toegankelijk zijn voor iedereen. Onvermijdelijk was daarom de aanwezigheid van sportgetinte streken in het hemelrijk van de 19e eeuw. Na een blik op de Atlaskaart kan niemand zich dan ook echt verbazen over het stadje Wembley in de Holy Grounds (Noord Newtopia) of het nabijgelegen Wimbledon.


(kaartdetail)
Wie echter vanaf Wimbledon richting het plaatsje The Ashes  gaat, komt in Godwaldt terecht. Wie er nog aan twijfelt of er voetballeven na de dood is, zal hier van elke twijfel verlost worden. En dan ook nog eens scoren op z'n Zlatans of Messi's met een goddelijke omhaal of na een hemelse lange bal. Zorg er wel voor dat het juiste schoeisel mee in de kist is gegaan en voor alle zekerheid een oranje hesje. Wie desondanks nog enigszins sceptisch is, vraagt t.z.t. maar eens naar Harry. Hij zal u vast en zeker weten te overtuigen, nadat hij de doeltjes heeft afgelakt.

(alleen voor de ware liefhebber; met dank aan Vronie & Wouter van Opdorp)
 

maandag 14 oktober 2013

UMBERTO E COCAGNE

Luilekkerland van Pieter Brueghel de Oudere (1520-1569).
 
 
Onlangs verscheen De geschiedenis van imaginaire landen en plaatsen van de Italiaanse schrijver en semioticus Umberto Eco, bekend van uiteenlopende werken als De naam van de roos, De slinger van Foucault maar ook De geschiedenis van de schoonheid en De geschiedenis van de lelijkheid. Zoals Willem Otterspeer het in zijn recensie omschrijft: "Het boek gaat over fictie die werkelijkheid is geworden, over imaginaire plekken die zo tot onze verbeelding spraken dat we zijn gaan zoeken, en waarvan we soms meenden ze gevonden te hebben."*
 
Eén van die imaginaire plekken is het luilekkerland Cocagne, mede ontsproten aan de fantasie van mensen met de behoefte om in gedachten te ontsnappen aan de barre werkelijkheid van een bestaan vol pijn, honger, ziekte en dood. Dit fantasieland werd niet alleen werkelijkheid, maar ging ook - tot op zekere hoogte - een blauwdruk vormen voor het leven na de dood. Het paradijs werd als het ware gespiegeld aan Cocagne, een land vrij van de ellende van alledag, dus zonder pijn, honger, ziekte,  verdriet en uiteraard met eeuwig leven.
 
Nu hebben we in de Atlas al uitgebreid stil gestaan bij Cocagne, waarbij we dankbaar gebruik gemaakt hebben van het zeer informatieve en buitengewoon leesbare Dromen van Cocagne van Herman Pleij. Zoals wellicht bekend, hebben we eerder al eens onze schijnwerpers gericht op de vormgeving van de kaart (zie Luilekkerland is om van te smullen, 16 september 2011). Daar willen we graag nog aan toevoegen, dat deze kaart een soort tweedeling kent, waarvan het grootste deel een gefantaseerde weergave is van met name de literaire bronnen over Cocagne/Luilekkerland. Op dit gedeelte vinden we de biermeren, de wijnrivieren, het gebraden gevogelte en de diverse nagerechten, kortom één grote dis vol zware kost met luchtige woordspelingen. Het - zuidoostelijk gelegen - rechterbenedenhoekje heet Luilekkerland. Ofschoon Cocagne en Luilekkerland door elkaar gebruikt worden, hebben wij ervoor gekozen om laatstgenoemde benaming expliciet te reserveren voor de kinderfantasie. Vandaar dat we daar de snoeptrommel uit onze kindertijd alle ruimte hebben gegeven. Generatiegenoten zullen er ongetwijfeld de inhoud van de snoepbak naast de kassa van de plaatselijke kruidenier, ergens in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, in herkennen.
 
 

 
Vanzelfsprekend besteedt ook Umberto Eco aandacht aan Cocagne, maar als we Pieter Steinz in de NRC van 5 oktober (graag) mogen geloven:
 
Misschien is niet alles goud wat er blinkt. Zo maakt Eco zich er soms makkelijk vanaf en zijn de inleidende essays over Luilekkerland en het Paradijs wat plichtmatig en opsommerig; dat is beter gedaan in Dromen van Cocagne van Herman Pleij en de Geïllustreerde atlas van het hiernamaals van Derksen, Van Mousch en Mijwaard.
**
 
Zonder nu meteen het idee te hebben dat we überhaupt in de schaduw van Umberto's eruditie en schrijverschap zouden kunnen staan, valt het zo nu dan toch zwaar de neiging te onderdrukken om je eigen Cocagne te bouwen, ook al is dat slechts gebaseerd op één klein,  bescheiden zinnetje.
 
* De werkelijkheid van onze verbeelding, Willem Otterspeer in de Volkskrant, 12 oktober 2013
 
**
 


maandag 23 september 2013

IS DIT EEN GRAP? HEMELSE EN HELSE HUMOR

Hemelse updates: op naar de i Pete?

Komt een man bij Petrus aan de hemelpoort....  Hoeveel moppen met deze woorden beginnen, we durven er niet naar te gissen. En of ze ook leuk zijn, willen we niet eens beantwoorden.

Het spreekt welhaast voor zich, dat de fascinatie voor het leven na de dood zich niet beperkt heeft tot de serieuze beeldvorming. Maar hoe serieus en verontrustend menig beeld ook (geweest) is, het zal de humor niet altijd buiten de deur gehouden hebben. Ook al was hun insteek dan misschien wel ingegeven door doodsangst of dreiging, heel wat Middeleeuwse voorstellingen zijn kleurrijke getuigenissen hiervan. Naast de gebeeldhouwde figuren op de gotische kathedralen, hoeven we daarbij maar te denken aan de boekverluchtingen, zoals de afbeeldingen van de Gebroeders Van Limburg. Om maar te zwijgen van de hellebeelden van Jeroen Bosch. Vooral de geestelijkheid moet het daarbij vaak ontgelden. Niets is natuurlijk zo (leed)vermakelijk wanneer juist de hoeders van de christelijke moraal en braafheid zich te buiten gaan aan allerlei zonden en streken en daarvoor in de hel op gepaste wijze worden 'beloond'. Zo nu en dan heeft zelfs de duivel de hand in het helse gedrag van heilige boontjes. Ook Satan heeft een bijzonder gevoel voor humor.

The naughty nun
Een moderne variant op een eeuwenoud vermaak: de stoute non met de duivelse streekjes. 

Dit leedvermaak en deze spot is ook duidelijk aanwezig in de moppen en witzencultuur. Boccacio's Decamerone en Erasmus 'Lof der zotheid wisten al raad met de ondeugende clerus. En van lieverlee brachten zelfs de heiligen en hemel- en hellebewoners het tot hoofdpersoon van een mop. Plotsklaps blijkt Petrus niet helemaal de snuggerste, snapt Onze Lieve Heer het af en toe ook niet meer helemaal, of staat hij zowaar te bakkeleien met Mozes of met Allah.

commentaar overbodig

Over het niveau van al deze grapjasserij zullen we het verder maar niet hebben. Nadat we in onze apocriefen al eens eerder - zie Adam und Eva im Paradiese -de paradijselijke meligheid in ogenschouw hebben genomen, besteden we deze keer in een nieuwe apocriefe aflevering (6) aandacht aan een aantal moppen van derden.  Naar ons idee zal vrij snel duidelijk worden waarom deze het niet verder dan apocrief hebben gebracht. Zoals zo vaak bij dit soort grappen, kun je je daarbij -vrij naar Herman van Veen - afvragen: 'Is dit een grap, of is dit om te huilen? '. Maar misschien dat Petrus zich dat ook net iets te vaak moet afvragen, daarboven aan die hemelpoort.