vrijdag 15 november 2013

GODWALDT


de hemelse lange bal

Ze heten vaak Jan, Cees of Harry en ofschoon het lijf steeds meer verzet toont, lijkt het fanatisme met de jaren alleen maar toe te nemen. Elke zaterdag of zondagochtend komen ze trouw bij elkaar. Een Gerard regelt de doeltjes en een Ad verdeelt de hesjes. En dan gaan ze volledig los, zoals koeien na een lange wintertijd in de wei. Die wei is dan meestal een trapveldje of het gazon van een stadspark.

Uiteraard is de voetbalvriendschap ooit beklonken met aansprekende namen als de Pannakoekers, Vondel Vooruit, de Omhaal, de Parking Sons of de Bosvrienden. Bedenksels waar de voetbalhumor zo te zeggen van afdruipt. Eentje heet er zelfs FC Godwaldt, wat meer iets lijkt uit de Noorse of Germaanse mythologie. Of zou de knecht van Bonifatius zo geheten hebben? Volgens de overlevering reikte Godwaldt onze heilige zendeling een bijbel aan om de Friese bijlslagen mee af te weren. Mmm, klinkt best wel aannemelijk. Een kleine naspeuring leert ons dat  het hier - enigszins teleurstellend - om een oud-burgemeester van Roosendaal gaat.


Godwaldt Park
 (stilte voor de storm)

Hoe dan ook, één keer per week wordt er anderhalf uur vol geestdrift gevoetbald. Dat is al decennia lang het geval en dat zal altijd zo blijven, weer of geen weer. Tot de dood erop volgt. Ofschoon ook dat sterk valt te betwijfelen. Want, als het aan de merendeel van de voetbalvrienden ligt, betekent dit niet het einde van deze wekelijkse portie gelukzaligheid. De grote gemene deler van al die hiernamaalsbeelden die de afgelopen 5000 jaar (en meer) aan ons zijn overgeleverd lijkt dit overigens te bevestigen.

In het beeld van (hemels) fantasieland Cocagne hebben we al stil gestaan bij de fantasie als middel tegen het leed van alledag (zie ook Umberto e Cocagne). Welnu, sommigen lieten het niet bij deze weldadige hersenschimmen. Vanaf de late Middeleeuwen zien we - in het bijzonder bij de adel en de rijke burgerij - de neiging om aan de onaangename kanten van het leven in een stad - de drukte, de stank, het lawaai en de ziektes - te ontsnappen door het bouwen van buitenverblijven, lusthoven en ommuurde tuinen. Over het hoe en waarom biedt het hoofdstuk over de Renaissance in de Atlas meer informatie. Op de bijbehorende kaart zullen we later nog dieper ingaan.


Stourhead Castle

Wie lusthoven zegt, zegt Franse maar vooral Engelse tuinen. Liepen de Franse tuinen over van de klare lijnen en symmetrie, de Engelse varianten waren meesterstukjes van het natuurlandschap. Wie de beroemde Engelse parken bewondert, zal vooral aangesproken zijn door de harmonieuze eenheid met de natuurlijke omgeving. Cultuur en natuur lopen perfect in elkaar over. Menigeen zal echter niet beseffen, dat de omringende natuur ook volledig door de mens 'herschapen' is, om maar niet te dissoneren met het park of de tuin. Engelse tuinen zijn zoals de natuur - bij wijze van spreken - zou behoren te zijn: glooiend, kabbelende beekjes, welriekende bloemenpracht en links en rechts een prieeltje of theehuisje.

Deze Engelse tuinen hebben we een prominente rol gegund in de hiernamaalskaart van de 18e en 19e eeuw. Nota bene de tijd van de Industriële Revolutie, maar dus even zozeer de tijd van de aanleg van parken en tuinen. Sitting in an English garden waiting for the sun luidt de tekst van de bekende Beatles-song I am the walrus. Het is dan ook geen toeval dat er een streek Strawberry Fields in de 19e eeuw hemel gesitueerd is. Naast die fruit- en bloemenpracht tonen ons  de 19e eeuwse beelden ook voor het eerst een hiernamaals met spoorlijnen en fabrieken, waar de hemelse arbeiders elke dag fluitend naar hun werk gaan en ongetwijfeld even hard fluitend weer huiswaarts keren. Want, omdat er in het hiernamaals geen gebrek is, zal er dat met vrije tijd zeker niet het geval zijn. En wie vrije tijd zegt, zegt sport en spel.


Godswolds & Newtopia
(kaartfragment Verlichting)

Hoewel dat in de 19e eeuw in het hiernumaals vooral was weggelegd voor de bevoorrechte klassen, zou dat in de hemel vanzelfsprekend vrij toegankelijk zijn voor iedereen. Onvermijdelijk was daarom de aanwezigheid van sportgetinte streken in het hemelrijk van de 19e eeuw. Na een blik op de Atlaskaart kan niemand zich dan ook echt verbazen over het stadje Wembley in de Holy Grounds (Noord Newtopia) of het nabijgelegen Wimbledon.


(kaartdetail)
Wie echter vanaf Wimbledon richting het plaatsje The Ashes  gaat, komt in Godwaldt terecht. Wie er nog aan twijfelt of er voetballeven na de dood is, zal hier van elke twijfel verlost worden. En dan ook nog eens scoren op z'n Zlatans of Messi's met een goddelijke omhaal of na een hemelse lange bal. Zorg er wel voor dat het juiste schoeisel mee in de kist is gegaan en voor alle zekerheid een oranje hesje. Wie desondanks nog enigszins sceptisch is, vraagt t.z.t. maar eens naar Harry. Hij zal u vast en zeker weten te overtuigen, nadat hij de doeltjes heeft afgelakt.

(alleen voor de ware liefhebber; met dank aan Vronie & Wouter van Opdorp)
 

maandag 14 oktober 2013

UMBERTO E COCAGNE

Luilekkerland van Pieter Brueghel de Oudere (1520-1569).
 
 
Onlangs verscheen De geschiedenis van imaginaire landen en plaatsen van de Italiaanse schrijver en semioticus Umberto Eco, bekend van uiteenlopende werken als De naam van de roos, De slinger van Foucault maar ook De geschiedenis van de schoonheid en De geschiedenis van de lelijkheid. Zoals Willem Otterspeer het in zijn recensie omschrijft: "Het boek gaat over fictie die werkelijkheid is geworden, over imaginaire plekken die zo tot onze verbeelding spraken dat we zijn gaan zoeken, en waarvan we soms meenden ze gevonden te hebben."*
 
Eén van die imaginaire plekken is het luilekkerland Cocagne, mede ontsproten aan de fantasie van mensen met de behoefte om in gedachten te ontsnappen aan de barre werkelijkheid van een bestaan vol pijn, honger, ziekte en dood. Dit fantasieland werd niet alleen werkelijkheid, maar ging ook - tot op zekere hoogte - een blauwdruk vormen voor het leven na de dood. Het paradijs werd als het ware gespiegeld aan Cocagne, een land vrij van de ellende van alledag, dus zonder pijn, honger, ziekte,  verdriet en uiteraard met eeuwig leven.
 
Nu hebben we in de Atlas al uitgebreid stil gestaan bij Cocagne, waarbij we dankbaar gebruik gemaakt hebben van het zeer informatieve en buitengewoon leesbare Dromen van Cocagne van Herman Pleij. Zoals wellicht bekend, hebben we eerder al eens onze schijnwerpers gericht op de vormgeving van de kaart (zie Luilekkerland is om van te smullen, 16 september 2011). Daar willen we graag nog aan toevoegen, dat deze kaart een soort tweedeling kent, waarvan het grootste deel een gefantaseerde weergave is van met name de literaire bronnen over Cocagne/Luilekkerland. Op dit gedeelte vinden we de biermeren, de wijnrivieren, het gebraden gevogelte en de diverse nagerechten, kortom één grote dis vol zware kost met luchtige woordspelingen. Het - zuidoostelijk gelegen - rechterbenedenhoekje heet Luilekkerland. Ofschoon Cocagne en Luilekkerland door elkaar gebruikt worden, hebben wij ervoor gekozen om laatstgenoemde benaming expliciet te reserveren voor de kinderfantasie. Vandaar dat we daar de snoeptrommel uit onze kindertijd alle ruimte hebben gegeven. Generatiegenoten zullen er ongetwijfeld de inhoud van de snoepbak naast de kassa van de plaatselijke kruidenier, ergens in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, in herkennen.
 
 

 
Vanzelfsprekend besteedt ook Umberto Eco aandacht aan Cocagne, maar als we Pieter Steinz in de NRC van 5 oktober (graag) mogen geloven:
 
Misschien is niet alles goud wat er blinkt. Zo maakt Eco zich er soms makkelijk vanaf en zijn de inleidende essays over Luilekkerland en het Paradijs wat plichtmatig en opsommerig; dat is beter gedaan in Dromen van Cocagne van Herman Pleij en de Geïllustreerde atlas van het hiernamaals van Derksen, Van Mousch en Mijwaard.
**
 
Zonder nu meteen het idee te hebben dat we überhaupt in de schaduw van Umberto's eruditie en schrijverschap zouden kunnen staan, valt het zo nu dan toch zwaar de neiging te onderdrukken om je eigen Cocagne te bouwen, ook al is dat slechts gebaseerd op één klein,  bescheiden zinnetje.
 
* De werkelijkheid van onze verbeelding, Willem Otterspeer in de Volkskrant, 12 oktober 2013
 
**
 


maandag 23 september 2013

IS DIT EEN GRAP? HEMELSE EN HELSE HUMOR

Hemelse updates: op naar de i Pete?

Komt een man bij Petrus aan de hemelpoort....  Hoeveel moppen met deze woorden beginnen, we durven er niet naar te gissen. En of ze ook leuk zijn, willen we niet eens beantwoorden.

Het spreekt welhaast voor zich, dat de fascinatie voor het leven na de dood zich niet beperkt heeft tot de serieuze beeldvorming. Maar hoe serieus en verontrustend menig beeld ook (geweest) is, het zal de humor niet altijd buiten de deur gehouden hebben. Ook al was hun insteek dan misschien wel ingegeven door doodsangst of dreiging, heel wat Middeleeuwse voorstellingen zijn kleurrijke getuigenissen hiervan. Naast de gebeeldhouwde figuren op de gotische kathedralen, hoeven we daarbij maar te denken aan de boekverluchtingen, zoals de afbeeldingen van de Gebroeders Van Limburg. Om maar te zwijgen van de hellebeelden van Jeroen Bosch. Vooral de geestelijkheid moet het daarbij vaak ontgelden. Niets is natuurlijk zo (leed)vermakelijk wanneer juist de hoeders van de christelijke moraal en braafheid zich te buiten gaan aan allerlei zonden en streken en daarvoor in de hel op gepaste wijze worden 'beloond'. Zo nu en dan heeft zelfs de duivel de hand in het helse gedrag van heilige boontjes. Ook Satan heeft een bijzonder gevoel voor humor.

The naughty nun
Een moderne variant op een eeuwenoud vermaak: de stoute non met de duivelse streekjes. 

Dit leedvermaak en deze spot is ook duidelijk aanwezig in de moppen en witzencultuur. Boccacio's Decamerone en Erasmus 'Lof der zotheid wisten al raad met de ondeugende clerus. En van lieverlee brachten zelfs de heiligen en hemel- en hellebewoners het tot hoofdpersoon van een mop. Plotsklaps blijkt Petrus niet helemaal de snuggerste, snapt Onze Lieve Heer het af en toe ook niet meer helemaal, of staat hij zowaar te bakkeleien met Mozes of met Allah.

commentaar overbodig

Over het niveau van al deze grapjasserij zullen we het verder maar niet hebben. Nadat we in onze apocriefen al eens eerder - zie Adam und Eva im Paradiese -de paradijselijke meligheid in ogenschouw hebben genomen, besteden we deze keer in een nieuwe apocriefe aflevering (6) aandacht aan een aantal moppen van derden.  Naar ons idee zal vrij snel duidelijk worden waarom deze het niet verder dan apocrief hebben gebracht. Zoals zo vaak bij dit soort grappen, kun je je daarbij -vrij naar Herman van Veen - afvragen: 'Is dit een grap, of is dit om te huilen? '. Maar misschien dat Petrus zich dat ook net iets te vaak moet afvragen, daarboven aan die hemelpoort.

woensdag 28 augustus 2013

FRANKENSTEIN: NEFERTITI MEETS LAZARUS 2.0

 



Een dag na de première van Frankenstein (1931) wordt regisseur James Whale opgebeld door een wat later bleek buitengewoon ontdane en volledig uitgeputte bioscoopbezoeker. De volledig gebroken man wil hem nog hartelijk danken voor de gruwelijke en vooral slapeloze nacht die hij aan het avondje bioscoop heeft overgehouden. Het is dat wij vele decennia later niet in de gelegenheid waren om deze actie te herhalen, anders was het daar misschien nog van gekomen ook. Maar het staat ons nog steeds als de dag of eigenlijk nacht van gisteren bij, de uitgebreide controle van alle kasten en de onderkant van het bed, gevolgd door die rusteloze sluimerslaap tussen droom en werkelijkheid.

Nu wisten wij ook wel dat die film niet echt geschikt was voor onnozele negenjarigen, maar de verleiding was te groot na al die verhalen. Bovendien was het toch maar film? De straf kwam uiteindelijk in de vorm van nachtelijke silhouetten die het midden hielden tussen de voorwerpen in een jongensslaapkamer en het silhouet van het beroemdste blokhoofd uit de filmgeschiedenis, uiteraard begeleid door de nagalmen van het afschuwelijke gekrijs toen de brandende molen instortte. Daarvoor hoefde je niet eens aan een nachtmerrie toe te komen. Daarom hadden we nog geruime tijd alle begrip voor de actie van de boze beller.

En dan te bedenken dat dit vreemde rechthoekige hoofd, ondersteund door een nek met die merkwaardige bouten, ook maar was ontsproten aan de fantasie van grimeur Jack Pierce. De film zelf was eigenlijk maar een merkwaardig typisch Hollwood-aftreksel van het oorspronkelijk boek van Mary Shelley.

A modern Prometheus luidt de ondertitel van de roman. Aan wat eigenlijk expliciet aan de goden was voorbehouden, daar moesten gewone stervelingen - zo ook Prometheus - zich verre van houden. Zeker als het om het scheppen van leven ging. Voor christenen was en is dit het monopolie van Onze Lieve Heer zelf, of desnoods van zoon Jezus Christus, die - zoals we kunnen vernemen uit het Nieuwe Testament -  Lazarus uit de dood weer tot leven wekte.

Victor (in de film Henry genoemd) Frankenstein legt dat allemaal naast zich neer, als hij een overledene weer uit de dood doet herrijzen. Sterker nog, hij gaat nog een stapje verder als hij zijn eigen 'perfecte' creatie samenstelt uit delen van verschillende doden, en vervolgens nieuw leven inblaast. Al gebruikt hij daarvoor -  volgens de nieuwste wetenschappelijke mode -stroom. Is er leven na de dood? Jazeker, en meer dan dat, je krijgt een soort herkansing in een vernieuwd en beter lichaam. Je zou als het ware kunnen spreken van een Lazarus 2.0.


De scene waarin het publiek voor het eerst het monster in levende lijve kon aanschouwen.

Het probleem van deze verbeterde versie was alleen, dat hij zijn uiterlijk niet meehad. Victor was dan weliswaar een briljante wetenschapper, maar van plastische chirurgie had hij helaas geen kaas gegeten. In de filmversie kwam daar nog eens bij, dat de producent van mening was dat het monster "per ongeluk" de hersenen van een moordenaar moest krijgen. Volgens de filmnormen van die tijd gingen een afzichtelijk uiterlijk en een zwaar criminele aard daarmee weer eens hand in hand. Het kon dan ook niet anders, dat het geheel ontaardde in een aaneenschakeling van dood en verderf. Aan het slot keek het wanhopige en opgejaagde monster vanaf een brandende molen neer op een woedende en wraaklustige menigte. Zo kwam het kwaad hevig krijsend om in de vlammen van de instortende molen. Althans dat zouden we toch mogen verwachten?


De bruid is niet echt bereid in te gaan op de avances van het monster.

Echter, door het grote succes van de film kon een vervolg - waarin het monster het toch overleefd bleek te hebben- niet uitblijven. Het monster kreeg zowaar menselijke trekjes. Hij leerde praten, sigaren roken en - last but not least - wilde zelfs een eigen passend speelkameraadje. En de aangewezen persoon om daarvoor te zorgen liet zich raden: Victor Frankenstein.

Het vervolg met de toepasselijke titel Bride of Frankenstein (1935) is eigenlijk een merkwaardige aaneenschakeling van vreemde scenes en dito figuren. Een aantal volgt het boek van Shelley, maar het vreemdst is een zekere Dr. Pretorius. Hij weet - in samenwerking met het monster - Victor uiteindelijk zo ver te krijgen dat hij weer het laboratorium betreedt. Uiterst merkwaardig daarbij is dat deze Pretorius - hoe wordt totaal niet duidelijk - een hele rij zeer uiteenlopende minimensjes heeft weten te creëren. Tezamen vormen ze soort kermisattractie, die op commando allerlei kunstjes vertoont. Waarschijnlijk moesten ze zorgen voor een luchtige noot in de film, om te voorkomen dat James Whale weer lastig gevallen zou worden door boze bellers. In elk geval is totaal onduidelijk waarvoor Pretorius Frankenstein nodig heeft.

Hoe dat ook zij, half gedwongen en half gechanteerd gaat Victor opnieuw aan de slag. Deze keer om een bruid voor het monster te scheppen. Vanzelfsprekend wordt het weer een Frankensteiniaanse schoonheid. Wederom heeft grimeur Pierce zich mogen uitleven. Nadat hij eerder de Britse acteur William Pratt - beter bekend als Boris Karloff  (zie ook Mummies) - als het monster onsterfelijk heeft gemaakt, wordt nu actrice Elza Lancester aan zijn fantasie bloot gesteld. Het toeval wil dat hij en Irma Kusely zich bij het kapsel sterk hebben laten inspireren door de kroon van Nefertiti. Jammer genoeg voor de bruid - maar wel overeenkomstig de vaardigheden van Victor Frankenstein - heeft hij de rest van Nefertiti daarbij buiten beschouwing gelaten. Voor het monster is dit geen probleem, maar de bruid zelf denkt daar anders over, vooral tijdens haar eerste afspraakje met het monster. Ook hier laat het einde zich raden: deze keer zorgt het monster zelf - we zien op de valreep nog een traantje over zijn wang biggelen - dat alles ten onder gaat. Nu eindigt het met een grote explosie, waarmee hij samen met zijn bruid en ook Pretorius in de lucht vliegt. Tenminste, daar ziet het naar uit, want ... inderdaad...

JEEPERS!
 
De opvolger,  The son of Frankenstein - een draak van een film, met Karloff de laatste keer in de rol van het monster - lijkt tevens het startsein voor een lawine aan belabberde 'Franksteinfilms. We laten hier een aantal modernere versies even buiten beschouwing. Na allerlei serieus bedoelde onderlinge ontmoetingen - zogenaamde meet-films - tussen de filmmonsters van uiteenlopend pluimage, komt het absolute dieptepunt in het genre met de films met de komieken Abbott en Costello. Bud Abbott en Lou Costello, een soort vroegtijdige Amerikaanse tegenhanger van onze The Mounties, inclusief het gevoel voor humor, zijn misschien wel toegevoegd om negenjarigen gerust te stellen.

Maar wees gewaarschuwd, wie naar Abott en Costello meet Frankenstein heeft gekeken, loopt het risico op structurele slapeloosheid. Nee, dan nog liever Boris Karloff met een sigaar onder je bed. En als we heel eerlijk zijn, eigenlijk nog veel liever de bruid, omdat ze ons ergens toch aan Nefertiti doet denken.



zaterdag 17 augustus 2013

VALS LICHT AAN HET EINDE VAN DE TUNNEL?


Na de dood is er niets, de dood zelf is niets,
de laatste grenspaal van een snelle baan.
Hebzuchtigen, hoop niet, vreesachtigen schrik niet.
De gulzige tijd en de chaos verslindt ons,
dood is onsplitsbaar, vernietigt het lichaam
en spaart niet de ziel...
vraag je waar jij na je dood zult liggen?
Waar ongeborenen liggen.*

Aldus de Romeinse dichter Seneca in zijn Trojaanse vrouwen in de mooie vertaling van Piet Schrijvers.



Kortom, dood is dood, punt uit. Maar natuurlijk niet als het aan de vele religies ligt, waar we al die prachtige hiernamaalsbeelden aan te danken hebben. Hiernamaalsbeelden die tot ons zijn gekomen door allerlei, uiteenlopende openbaringen en visioenen via sacrale tussenpersonen zoals profeten, priesters, sjamanen of zowaar hemelse boodschappers van het type engel.

Nu mag iedereen natuurlijk geloven wat hem of haar goeddunkt. En zoals al eerder opgemerkt kan een rotsvast geloof gepaard gaan met buitengewoon fantasierijke beelden over het leven na de dood. De Atlas steekt wat dit betreft zijn verwondering en bewondering hiervoor niet onder stoelen of banken. Bij het ontwerpen van de kaarten hebben we daar dan ook meer dan dankbaar gebruik van gemaakt.

Verbazingwekkend wordt het meestal als de wetenschap zijn intrede gaat doen. Met name in de moderne tijd is kennelijk de behoefte groot om het leven na de dood ook wetenschappelijk te gaan onderbouwen. En zelfs in de 21e eeuw lijkt die behoefte soms groter dan ooit. Een prachtig voorbeeld hiervan zijn de nog steeds alom opdoemende hemelse uitstapjes, waar met name inwoners van Amerika voor uitverkoren lijken te worden, getuige de niet te stuiten stroom verslagen in boekvorm. Zonder nu meteen van een oorzakelijk verband te spreken, heb je soms het idee dat deze op dezelfde plaatsen voorkomen als waar Ufo's gesignaleerd worden. Maar dit zal wel toeval zijn.

Tussen Leven en dood van Jozef Rulof is een voorbeeld van de niet aflatende stroom boeken met BDE's .

In dezelfde categorie vallen wat ons betreft de bijna-doodervaringen (BDE's), waarmee de indrukken worden bedoeld van mensen die op het randje van de dood hebben gezweefd. Een grote gemene deler in deze overgangstoestand lijkt de aanwezigheid van een fel licht. Niet zelden treedt men ook nog eens buiten zichzelf, waarbij men de eigen persoon en de directe omgeving nauwkeurig gadeslaat.

 
Jeroen Bosch ' Opstijging naar het Hemelse paradijs met de befaamde lichttunnel geniet een grote voorkeur als het gaat om een boekenkaft voor de reisverslagen van vele BDE-ers.

Voor velen en zeker voor de goedgelovigen onder ons is dit zowaar het ultieme bewijs dat er zoiets als een hemel bestaat. Aangezien de hemel bekend staat als een soort zonnig vakantieoord, schijnt deze ons op de weg ernaar toe als het ware al tegemoet, een gegeven dat we ook al vinden in Oud Perzische hiernamaalsbeelden (zie ook Mesopotamische hiernamaals in de Atlas).

Uiteraard zijn er de afgelopen jaren, ja eeuwen, de nodige twijfels geuit bij al die (quasi)wetenschappelijke argumenten. Hoewel de ware gelovigen zich daar weinig gelegen aan zullen hebben, is onlangs met behulp van dierproeven wetenschappelijk verantwoord aangetoond, dat er in geval van hartdood zijn, nog steeds sprake is van bepaalde - soms zelfs verhoogde - hersenactiviteiten, die dus iets in de hersenpan teweeg kunnen brengen. Vanzelfsprekend is daarmee niet het bewijs geleverd dat er geen hiernamaals of hemel bestaat. Maar de kans is groot dat ook het licht aan het einde van de tunnel een product is van onze fantasie.

Kortom, de kans is buitengewoon groot dat Seneca het in de eerste eeuw na Christus al bij het juiste eind had. Voor hem was er dus sowieso niets om over naar huis te schrijven, toen hij door zijn baas, keizer Nero, als dank voor verrichten diensten gedwongen werd tot zelfmoord. Maar gun óns toch alsjeblieft de vreugde en voorpret van al die schitterende hiernamaalsbeelden, ook al zijn het dan hersenspinsels. Zolang we het daar ook maar bij laten.



* met dank aan Marco van der Schuurs recensie (Extreme tragedies voor extreme tijden) in de Groene Amsterdammer van 8 augustus 2013.

maandag 29 juli 2013

ISLAMITISCH KRUISVERHOOR IN HET HIERTUSSENMAALS

 
 


Een droevige Azrail komt Mohammeds ziel ophalen om naar de hemel te brengen.
 
Aflevering 5 van onze reeks Apocriefjes besteedt deze keer aandacht aan de ondervraging in het graf zoals dat - volgens bepaalde islamitische bronnen - na het overlijden plaatsvindt.
 
Voordat er sprake is van een helse of hemelse bestemming, begeeft de overledene zich eerst naar een soort tussenverblijf, een ruimte tussen het hiernumaals en het hiernamaals.
 
Hoewel de dode bij aankomst meteen al kennismaakt met opperduivel annex 'engel des doods' Azra'il, is de hoofdrol in dit hiertussenmaals weggelegd voor het duivelse duo annex verhoorpieten Munkar en Nakir. Voor hoe dat allemaal in zijn werk gaat, verwijzen we graag naar voornoemde Aflevering 5.

 (fragmenten Geïllustreerde Atlas van het Hiernamaals)
 

In de Atlas hebben we de overgang naar het hiernamaals - zie hiervoor de kaart van het Islamitische Hiernamaals - vorm gegeven middels een gebied,  Het Graf, dat zich in de linkerbenedenhoek van de hemel en in de linkerbovenhoek van de hel bevindt. Twee drooggevallen rivierbeddingen - wadi's geven het overgangsgebied naar respectievelijk hemel en hel weer.
 
Al-Sirat
(naar de verbeelding van Najmo)
 
Als sluitstuk van het Kruisverhoor volgt de gang over de Sirat, de brug die over het hellevuur naar de poorten van de hemel leidt. Heeft de ziel het gered, dan volgt een geslaagde tocht. Slechte zielen halen de overkant niet. Zij vallen naar beneden en komen met een akelige smak in Djahannam, de hel, terecht.
 
 
 
Op de martelaren van het geloof wacht  de zevende hemel, alwaar zich naar verluidt 72 maagden op hun komst verheugen. In de Atlas hebben we al de nodige aandacht besteed aan dit verschijnsel. Opmerkelijk in dit verband is het feit, dat het meer dan eens aanleiding heeft gegeven tot de wildste (seksuele) fantasieën, met name vanuit niet-islamitische hoek. Een zoekopdracht via internet levert daarbij soms verrassende resultaten op, zoals mag blijken uit onderstaande afbeelding.



vrijdag 19 juli 2013

PAUS FRANCISCUS & DE HEMELSE TWEETPAS


Paus Franciscus in de weer met een van zijn tweets?


One hell of a deal: Pope Francis offers reduced time in Purgatory for Catholics that follow him on Twitter,
kopte The Indepent van 19 juli 2013.

Nu moet het natuurlijk niet gekker worden. Waren we net verlost van die aflaatpraktijken, blijkt dat we ons toekomstig verblijf in het vagevuur nu ineens kunnen bekorten door de Heilige Vader op Twitter te volgen. Het grote verschil is natuurlijk dat je voor het kopen van een aflaat redelijk bemiddeld moest zijn, terwijl een tweetje niet echt in de papieren hoeft te lopen. In dat opzicht is Franciscus het armoede-ideaal toch enigszins getrouw. En ook het praten met vogeltjes past volledig in de lijn van zijn beroemde heilige naamgenoot.

Tja, een tweetpas in plaats van een kortingskaart, je moet er maar op komen.

(met dank aan Arnold Kuijk)