zondag 16 februari 2014

KINGDOM OF HEAVEN OF KRUISVAARDERS OP HELLEVAART?

Hemels Jeruzalem
(Gustave Doré)


Eind 11e eeuw riep paus Urbanus II zijn gelovige onderdanen op tot een Kruistocht om het (vermeende!) Heilige Graf (van Jezus Christus) in Jeruzalem te bevrijden. Tot die tijd hadden joden en christenen in en rond Jeruzalem in alle rust hun geloof kunnen belijden; de Arabische overheersers waren in dit opzicht tamelijk verdraagzaam geweest. Met de komst van de Seldsjoeken kwam hier een einde aan. Ook het christelijke Byzantijnse rijk werd bedreigd. De Byzantijnse keizer deed hierop een oproep om hulp, waar de paus - namens alle christenen in het westen - graag gehoor aan gaf. Hij wist een groot leger te mobiliseren, bestaande uit koningen, edelen, maar ook eenvoudigere lieden. Iedereen had zo zijn motieven: avontuur, grond, buit of religieuze overtuiging. Toch zal het vooruitzicht op een grotere kans op een plekje in de hemel voor menigeen ook aanlokkelijk zijn geweest. Immers, wat zou je daarvoor nog meer kunnen doen dan het graf van Jezus Christus, de Verlosser in eigen persoon zelf, te bevrijden?

Hoe dan ook, niet veel later trok een groot kruisvaardersleger, over land en over zee, oostwaarts. In 1099 veroverden de kruisvaarders Jeruzalem en stichtten enkele kruisvaardersstaten langs de oostkust van de Middellandse Zee. Het belangrijkste werd het Koninkrijk Jeruzalem met aan het hoofd een koning annex 'beschermer van het Heilige Graf'.

De kruisvaardersstaten

Uiteraard zat in dit nieuwe koninkrijk een verwijzing naar het Hemelse Jeruzalem uit het Oude Testament. Het nieuwe Jeruzalem, zoals het ook genoemd werd, zou de woonplaats worden van alle gelovigen die na het Laatste Oordeel zouden zijn uitverkoren. De gouden stad vol pracht en praal zou als het ware uit de hemel neerdalen en haar poorten openen voor alle gelukzaligen. Het mag duidelijk zijn, dat voor alle verdoemden een andere bestemming zou zijn weggelegd. Zij zouden voor eeuwig branden in de hel. Het is wellicht geen verrassing, dat onder deze verdoemden de 'heidense' moslims een prominente plaats dicht bij het hellevuur zouden innemen.

Toen de Kruisvaarders Jeruzalem veroverden had het er overigens alle schijn van, dat zij het Bijbelse scenario naar de letter volgden. In een soort van generale repetitie, mochten de veelal islamitische inwoners van Jeruzalem en omstreken de rol van verdoemden op zich nemen. Het nieuwe 'Hemelse Koninkrijk' werd gegrondvest op moord en doodslag, een gigantisch bloedblad zonder onderscheid des persoons. Na een dergelijk optreden kon wraak van islamitische zijde natuurlijk niet uitblijven. Je hoefde geen ziener te zijn, om te voorspellen wat de christelijke slagers te wachten zou staan als de gelegenheid zich zou voordoen. En die kwam er ook, misschien wel sneller dan gedacht.  


Ridley Scotts niet onaardige interpretatie van de Kruistochten in zijn Kingdom of Heaven uit 2005.

Nadat de islamitische legers zich onder Saladin weer verenigd hadden, was het weer vrij snel afgelopen met de hemelse missie van de paus. In 1291 viel Akko als laatste kruisvaardersstad in Arabische handen.|Je zou kunnen zeggen, dat de kruisvaarders hun 'verdiende straf' niet ontliepen. En sterker nog, ook na hun dood zou deze - geheel in de lijn van het denken over leven na de dood bij zoveel culturen - een navenante voortzetting krijgen. In de onderste krochten van de zeven hellen van de islam is er ongetwijfeld een speciaal pijnlijk gebied gereserveerd voor de 'heroïsche' veroveraars van weleer.


Een prachtige voorstelling van een Islamitisch Laatste Oordeel waarbij Mohammed zowaar Allah bijstaat om de ongelovigen richting hellemuil te sturen.


Kortom, wat ooit begon als een bevrijdingsoperatie van het Hemelse Koninkrijk eindigde vanuit moslimoptiek uiteindelijk met een islamitische hellevaart. Hoe die verder in zijn werk ging, valt na te lezen in hoofdstuk 7 van onze apocriefen over de islamitische ondervraging aan het graf (2).


maandag 6 januari 2014

ENGELEN ZONDER VLEUGELS


moderne voorstelling van een kortgewiekte engel

Als jonge kapelaan had de Italiaanse pater Renzo Lavatori al de gewoonte om de borst- en dijstukken aan de kant te schuiven. Meestal probeerde hij zo snel mogelijk zijn hand op een vleugel te leggen. Het maakte hem niet uit of het nu om kip, kalkoen of gevogelte ging. Het genoegen dat hij ontleende aan het afscheuren van een vleugel was doorgaans even groot als de smaak van het gebraad in zijn mond.

Pater Lavatori
 
Niemand had aan die gewoonte ooit veel aandacht besteed. Totdat hij onlangs het wereldnieuws haalde met een aantal gedurfde uitspraken met betrekking tot engelen. Op een conferentie over deze hemelbewoners in Rome constateerde Lavatori als zelfverklaard engelenspecialist dat de engel een soort comeback lijkt te maken. Dit, vooral dankzij de groeiende populariteit van allerlei New Age achtige religies. Tot ongenoegen van een aanzienlijk aantal meer traditioneel ingestelde christenen moeten we volgens onze engelaar de engel niet zo zeer zien als de gevleugelde hemelse boodschapper maar veeleer als een verzameling lichtstralen. 

In onze apocriefen (zie Engelen en Duivels: de apocriefen) hebben we al eens uitgelegd hoe en waarom de engel aan zijn vleugels is gekomen. En nu wil een Italiaanse pater aan deze eeuwenlang succesrijke voorstelling zo maar een eind aan maken? Wie zit er nu te wachten op engelen zonder vleugels?

De eerlijkheid gebiedt echter te zeggen, dat dit ook weer andere perspectieven biedt. Het toeval wil namelijk dat de ChristenUnie-jongeren elk jaar een 'Engel van het jaar' kiezen. Dit jaar is oud-Kamerlid voor de PvdA Myrthe Hilkens 'uitverkoren'. Zij heeft deze eer te danken aan het feit, dat zij als politica steeds met passie de misstanden in de prostitutie heeft bestreden.

Engel van 2013: Myrthe Hilkens

Ongetwijfeld heeft zij meer dan terecht deze titel verdiend. Bij ons weten is Myrthe echter, ondanks haar engelachtige voorkomen, volledig vleugelloos. En dan niet alleen omdat ze tijdens haar Kamerlidmaatschap de steun van zowel de linker- als de rechtervleugel van haar partij heeft verloren. Maar wie zit er na zo'n uitverkiezing nog op vleugels te wachten?

Daarom is het is een prettige gedachte, dat mede dankzij pater Lavatori engelen zonder vleugels uiteindelijk ook bestaansrecht hebben. Onze engel van 2013 bewijst dat je kennelijk niet perse doorschijnend hoeft te zijn om toch te kunnen stralen als een lichtend voorbeeld voor anderen.  

 

vrijdag 27 december 2013

KLEURRIJKE KLETSKOEK AAN DE HEMELPOORT


 
Indigo blue and green brilliant healing energizing light spiral tunnel
(een zowel veel- als weinigzeggende titel)

Gelukkig dat er in deze donkere dagen rond kerst weer licht aan het einde van de tunnel komt. En deze keer niet saai wit, maar kleurrijk als de regenboog. Jammer genoeg zult u daarvoor wel eerst moeten overlijden, al hoeft dat niet volledig te zijn.

Inderdaad, we hebben het weer eens over de bijna-doodervaring (BDE). Een tijdje geleden - zie Vals licht aan het einde van de tunnel - hebben we hier al aandacht aan besteed. Maar deze keer lijkt er eindelijk ook overtuigend bewijs geleverd voor het bestaan van de hemel.

Want een heuse kritische wetenschapper heeft zelf een hemelse uitstap gemaakt. De Amerikaanse neurochirurg Eben Alexander lag namelijk zes dagen lang in een coma. In deze tijd is hij geheel volgens de regels van het visioenenboekje - zoals wij dat al kennen van bijvoorbeeld Dante - rondgeleid door een gids uit hogere sferen, in dit geval zijn reeds overleden zus. Eenmaal ontwaakt en -naar eigen zeggen- volledig hersteld, heeft hij zijn ervaringen vastgelegd in een kloek boekwerk met de van enige twijfel ontheven titel Proof of Heaven, vanzelfsprekend - zeker in Amerika - een bestseller. 

 
Proof of Heaven

Sinds die tijd verkondigt onze hersensjamaan wereldwijd de blijde boodschap en is hij meer dan eens te gast bij talkshows. Nadat hij al bij Oprah Winfrey te gast was, mocht hij zowaar aanschuiven bij Ivo Niehe's Tros TV show. Wat ongetwijfeld in zijn voordeel spreekt is het feit, dat hij er ook nog eens goed uitziet. Nu probeerde Ivo nog even sceptisch uit de hoek te komen door onze dokter Bernard van de BDE een aantal kritische vragen te stellen. Maar tegenover zoveel charme was hij niet opgewassen. En nadat Alexander eenmaal een korte beschrijving had gegeven van de bijna-doodbeelden, voor ons kijkers schitterend gevisualiseerd met kleurrijke, psychedelische kleurschakeringen en fladderende vlindertjes, waren ook wij verkocht. Om maar te zwijgen van het studiopubliek, dat overwegend leek te bestaan uit smachtende dames. Nee, kom vooral niet aan dit hiernamaals.

 
De cursus BDE?  

Hoe sneu is dit alles voor mensen als columnist Gard Simons, die in een stuk in de Volkskrant * probeert op de gevaren van vermeende hemelbezoekers te wijzen. Simons, die - voor wie dit van belang vindt - zelf overigens ook niet onaardig oogt, toont naar ons idee op overtuigende wijze aan, dat Alexanders boek weinig met wetenschap te maken heeft. Gecombineerd met de plaatjes uit de tv-show hebben we hier kennelijk te maken met het zoveelste voorbeeld van kleurrijke kletsboek onder het mom van wetenschap.

Maar zeg nu zelf, wie zou u nu eigenlijk het liefst geloven? Iemand die probeert u te behoeden voor misleiding door charlatans of iemand die u een fantastische inkijk biedt op het leven na de dood?  Geef maar toe, wij vinden het veel verleidelijker om ons te laven aan kleurrijke kletskoek over het hiernamaals dan open te staan voor al die kritische zuurpruimen die maar blijven beweren dat we van hiernumaals iets moeten proberen te maken. Je zou er bijna spontaan van gaan smachten. Proof of Heaven is daarvan het belangrijkste bewijs.

* Gard Simons, Bijna Dood Ervaring, De Volkskrant

vrijdag 15 november 2013

GODWALDT


de hemelse lange bal

Ze heten vaak Jan, Cees of Harry en ofschoon het lijf steeds meer verzet toont, lijkt het fanatisme met de jaren alleen maar toe te nemen. Elke zaterdag of zondagochtend komen ze trouw bij elkaar. Een Gerard regelt de doeltjes en een Ad verdeelt de hesjes. En dan gaan ze volledig los, zoals koeien na een lange wintertijd in de wei. Die wei is dan meestal een trapveldje of het gazon van een stadspark.

Uiteraard is de voetbalvriendschap ooit beklonken met aansprekende namen als de Pannakoekers, Vondel Vooruit, de Omhaal, de Parking Sons of de Bosvrienden. Bedenksels waar de voetbalhumor zo te zeggen van afdruipt. Eentje heet er zelfs FC Godwaldt, wat meer iets lijkt uit de Noorse of Germaanse mythologie. Of zou de knecht van Bonifatius zo geheten hebben? Volgens de overlevering reikte Godwaldt onze heilige zendeling een bijbel aan om de Friese bijlslagen mee af te weren. Mmm, klinkt best wel aannemelijk. Een kleine naspeuring leert ons dat  het hier - enigszins teleurstellend - om een oud-burgemeester van Roosendaal gaat.


Godwaldt Park
 (stilte voor de storm)

Hoe dan ook, één keer per week wordt er anderhalf uur vol geestdrift gevoetbald. Dat is al decennia lang het geval en dat zal altijd zo blijven, weer of geen weer. Tot de dood erop volgt. Ofschoon ook dat sterk valt te betwijfelen. Want, als het aan de merendeel van de voetbalvrienden ligt, betekent dit niet het einde van deze wekelijkse portie gelukzaligheid. De grote gemene deler van al die hiernamaalsbeelden die de afgelopen 5000 jaar (en meer) aan ons zijn overgeleverd lijkt dit overigens te bevestigen.

In het beeld van (hemels) fantasieland Cocagne hebben we al stil gestaan bij de fantasie als middel tegen het leed van alledag (zie ook Umberto e Cocagne). Welnu, sommigen lieten het niet bij deze weldadige hersenschimmen. Vanaf de late Middeleeuwen zien we - in het bijzonder bij de adel en de rijke burgerij - de neiging om aan de onaangename kanten van het leven in een stad - de drukte, de stank, het lawaai en de ziektes - te ontsnappen door het bouwen van buitenverblijven, lusthoven en ommuurde tuinen. Over het hoe en waarom biedt het hoofdstuk over de Renaissance in de Atlas meer informatie. Op de bijbehorende kaart zullen we later nog dieper ingaan.


Stourhead Castle

Wie lusthoven zegt, zegt Franse maar vooral Engelse tuinen. Liepen de Franse tuinen over van de klare lijnen en symmetrie, de Engelse varianten waren meesterstukjes van het natuurlandschap. Wie de beroemde Engelse parken bewondert, zal vooral aangesproken zijn door de harmonieuze eenheid met de natuurlijke omgeving. Cultuur en natuur lopen perfect in elkaar over. Menigeen zal echter niet beseffen, dat de omringende natuur ook volledig door de mens 'herschapen' is, om maar niet te dissoneren met het park of de tuin. Engelse tuinen zijn zoals de natuur - bij wijze van spreken - zou behoren te zijn: glooiend, kabbelende beekjes, welriekende bloemenpracht en links en rechts een prieeltje of theehuisje.

Deze Engelse tuinen hebben we een prominente rol gegund in de hiernamaalskaart van de 18e en 19e eeuw. Nota bene de tijd van de Industriële Revolutie, maar dus even zozeer de tijd van de aanleg van parken en tuinen. Sitting in an English garden waiting for the sun luidt de tekst van de bekende Beatles-song I am the walrus. Het is dan ook geen toeval dat er een streek Strawberry Fields in de 19e eeuw hemel gesitueerd is. Naast die fruit- en bloemenpracht tonen ons  de 19e eeuwse beelden ook voor het eerst een hiernamaals met spoorlijnen en fabrieken, waar de hemelse arbeiders elke dag fluitend naar hun werk gaan en ongetwijfeld even hard fluitend weer huiswaarts keren. Want, omdat er in het hiernamaals geen gebrek is, zal er dat met vrije tijd zeker niet het geval zijn. En wie vrije tijd zegt, zegt sport en spel.


Godswolds & Newtopia
(kaartfragment Verlichting)

Hoewel dat in de 19e eeuw in het hiernumaals vooral was weggelegd voor de bevoorrechte klassen, zou dat in de hemel vanzelfsprekend vrij toegankelijk zijn voor iedereen. Onvermijdelijk was daarom de aanwezigheid van sportgetinte streken in het hemelrijk van de 19e eeuw. Na een blik op de Atlaskaart kan niemand zich dan ook echt verbazen over het stadje Wembley in de Holy Grounds (Noord Newtopia) of het nabijgelegen Wimbledon.


(kaartdetail)
Wie echter vanaf Wimbledon richting het plaatsje The Ashes  gaat, komt in Godwaldt terecht. Wie er nog aan twijfelt of er voetballeven na de dood is, zal hier van elke twijfel verlost worden. En dan ook nog eens scoren op z'n Zlatans of Messi's met een goddelijke omhaal of na een hemelse lange bal. Zorg er wel voor dat het juiste schoeisel mee in de kist is gegaan en voor alle zekerheid een oranje hesje. Wie desondanks nog enigszins sceptisch is, vraagt t.z.t. maar eens naar Harry. Hij zal u vast en zeker weten te overtuigen, nadat hij de doeltjes heeft afgelakt.

(alleen voor de ware liefhebber; met dank aan Vronie & Wouter van Opdorp)
 

maandag 14 oktober 2013

UMBERTO E COCAGNE

Luilekkerland van Pieter Brueghel de Oudere (1520-1569).
 
 
Onlangs verscheen De geschiedenis van imaginaire landen en plaatsen van de Italiaanse schrijver en semioticus Umberto Eco, bekend van uiteenlopende werken als De naam van de roos, De slinger van Foucault maar ook De geschiedenis van de schoonheid en De geschiedenis van de lelijkheid. Zoals Willem Otterspeer het in zijn recensie omschrijft: "Het boek gaat over fictie die werkelijkheid is geworden, over imaginaire plekken die zo tot onze verbeelding spraken dat we zijn gaan zoeken, en waarvan we soms meenden ze gevonden te hebben."*
 
Eén van die imaginaire plekken is het luilekkerland Cocagne, mede ontsproten aan de fantasie van mensen met de behoefte om in gedachten te ontsnappen aan de barre werkelijkheid van een bestaan vol pijn, honger, ziekte en dood. Dit fantasieland werd niet alleen werkelijkheid, maar ging ook - tot op zekere hoogte - een blauwdruk vormen voor het leven na de dood. Het paradijs werd als het ware gespiegeld aan Cocagne, een land vrij van de ellende van alledag, dus zonder pijn, honger, ziekte,  verdriet en uiteraard met eeuwig leven.
 
Nu hebben we in de Atlas al uitgebreid stil gestaan bij Cocagne, waarbij we dankbaar gebruik gemaakt hebben van het zeer informatieve en buitengewoon leesbare Dromen van Cocagne van Herman Pleij. Zoals wellicht bekend, hebben we eerder al eens onze schijnwerpers gericht op de vormgeving van de kaart (zie Luilekkerland is om van te smullen, 16 september 2011). Daar willen we graag nog aan toevoegen, dat deze kaart een soort tweedeling kent, waarvan het grootste deel een gefantaseerde weergave is van met name de literaire bronnen over Cocagne/Luilekkerland. Op dit gedeelte vinden we de biermeren, de wijnrivieren, het gebraden gevogelte en de diverse nagerechten, kortom één grote dis vol zware kost met luchtige woordspelingen. Het - zuidoostelijk gelegen - rechterbenedenhoekje heet Luilekkerland. Ofschoon Cocagne en Luilekkerland door elkaar gebruikt worden, hebben wij ervoor gekozen om laatstgenoemde benaming expliciet te reserveren voor de kinderfantasie. Vandaar dat we daar de snoeptrommel uit onze kindertijd alle ruimte hebben gegeven. Generatiegenoten zullen er ongetwijfeld de inhoud van de snoepbak naast de kassa van de plaatselijke kruidenier, ergens in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, in herkennen.
 
 

 
Vanzelfsprekend besteedt ook Umberto Eco aandacht aan Cocagne, maar als we Pieter Steinz in de NRC van 5 oktober (graag) mogen geloven:
 
Misschien is niet alles goud wat er blinkt. Zo maakt Eco zich er soms makkelijk vanaf en zijn de inleidende essays over Luilekkerland en het Paradijs wat plichtmatig en opsommerig; dat is beter gedaan in Dromen van Cocagne van Herman Pleij en de Geïllustreerde atlas van het hiernamaals van Derksen, Van Mousch en Mijwaard.
**
 
Zonder nu meteen het idee te hebben dat we überhaupt in de schaduw van Umberto's eruditie en schrijverschap zouden kunnen staan, valt het zo nu dan toch zwaar de neiging te onderdrukken om je eigen Cocagne te bouwen, ook al is dat slechts gebaseerd op één klein,  bescheiden zinnetje.
 
* De werkelijkheid van onze verbeelding, Willem Otterspeer in de Volkskrant, 12 oktober 2013
 
**
 


maandag 23 september 2013

IS DIT EEN GRAP? HEMELSE EN HELSE HUMOR

Hemelse updates: op naar de i Pete?

Komt een man bij Petrus aan de hemelpoort....  Hoeveel moppen met deze woorden beginnen, we durven er niet naar te gissen. En of ze ook leuk zijn, willen we niet eens beantwoorden.

Het spreekt welhaast voor zich, dat de fascinatie voor het leven na de dood zich niet beperkt heeft tot de serieuze beeldvorming. Maar hoe serieus en verontrustend menig beeld ook (geweest) is, het zal de humor niet altijd buiten de deur gehouden hebben. Ook al was hun insteek dan misschien wel ingegeven door doodsangst of dreiging, heel wat Middeleeuwse voorstellingen zijn kleurrijke getuigenissen hiervan. Naast de gebeeldhouwde figuren op de gotische kathedralen, hoeven we daarbij maar te denken aan de boekverluchtingen, zoals de afbeeldingen van de Gebroeders Van Limburg. Om maar te zwijgen van de hellebeelden van Jeroen Bosch. Vooral de geestelijkheid moet het daarbij vaak ontgelden. Niets is natuurlijk zo (leed)vermakelijk wanneer juist de hoeders van de christelijke moraal en braafheid zich te buiten gaan aan allerlei zonden en streken en daarvoor in de hel op gepaste wijze worden 'beloond'. Zo nu en dan heeft zelfs de duivel de hand in het helse gedrag van heilige boontjes. Ook Satan heeft een bijzonder gevoel voor humor.

The naughty nun
Een moderne variant op een eeuwenoud vermaak: de stoute non met de duivelse streekjes. 

Dit leedvermaak en deze spot is ook duidelijk aanwezig in de moppen en witzencultuur. Boccacio's Decamerone en Erasmus 'Lof der zotheid wisten al raad met de ondeugende clerus. En van lieverlee brachten zelfs de heiligen en hemel- en hellebewoners het tot hoofdpersoon van een mop. Plotsklaps blijkt Petrus niet helemaal de snuggerste, snapt Onze Lieve Heer het af en toe ook niet meer helemaal, of staat hij zowaar te bakkeleien met Mozes of met Allah.

commentaar overbodig

Over het niveau van al deze grapjasserij zullen we het verder maar niet hebben. Nadat we in onze apocriefen al eens eerder - zie Adam und Eva im Paradiese -de paradijselijke meligheid in ogenschouw hebben genomen, besteden we deze keer in een nieuwe apocriefe aflevering (6) aandacht aan een aantal moppen van derden.  Naar ons idee zal vrij snel duidelijk worden waarom deze het niet verder dan apocrief hebben gebracht. Zoals zo vaak bij dit soort grappen, kun je je daarbij -vrij naar Herman van Veen - afvragen: 'Is dit een grap, of is dit om te huilen? '. Maar misschien dat Petrus zich dat ook net iets te vaak moet afvragen, daarboven aan die hemelpoort.

woensdag 28 augustus 2013

FRANKENSTEIN: NEFERTITI MEETS LAZARUS 2.0

 



Een dag na de première van Frankenstein (1931) wordt regisseur James Whale opgebeld door een wat later bleek buitengewoon ontdane en volledig uitgeputte bioscoopbezoeker. De volledig gebroken man wil hem nog hartelijk danken voor de gruwelijke en vooral slapeloze nacht die hij aan het avondje bioscoop heeft overgehouden. Het is dat wij vele decennia later niet in de gelegenheid waren om deze actie te herhalen, anders was het daar misschien nog van gekomen ook. Maar het staat ons nog steeds als de dag of eigenlijk nacht van gisteren bij, de uitgebreide controle van alle kasten en de onderkant van het bed, gevolgd door die rusteloze sluimerslaap tussen droom en werkelijkheid.

Nu wisten wij ook wel dat die film niet echt geschikt was voor onnozele negenjarigen, maar de verleiding was te groot na al die verhalen. Bovendien was het toch maar film? De straf kwam uiteindelijk in de vorm van nachtelijke silhouetten die het midden hielden tussen de voorwerpen in een jongensslaapkamer en het silhouet van het beroemdste blokhoofd uit de filmgeschiedenis, uiteraard begeleid door de nagalmen van het afschuwelijke gekrijs toen de brandende molen instortte. Daarvoor hoefde je niet eens aan een nachtmerrie toe te komen. Daarom hadden we nog geruime tijd alle begrip voor de actie van de boze beller.

En dan te bedenken dat dit vreemde rechthoekige hoofd, ondersteund door een nek met die merkwaardige bouten, ook maar was ontsproten aan de fantasie van grimeur Jack Pierce. De film zelf was eigenlijk maar een merkwaardig typisch Hollwood-aftreksel van het oorspronkelijk boek van Mary Shelley.

A modern Prometheus luidt de ondertitel van de roman. Aan wat eigenlijk expliciet aan de goden was voorbehouden, daar moesten gewone stervelingen - zo ook Prometheus - zich verre van houden. Zeker als het om het scheppen van leven ging. Voor christenen was en is dit het monopolie van Onze Lieve Heer zelf, of desnoods van zoon Jezus Christus, die - zoals we kunnen vernemen uit het Nieuwe Testament -  Lazarus uit de dood weer tot leven wekte.

Victor (in de film Henry genoemd) Frankenstein legt dat allemaal naast zich neer, als hij een overledene weer uit de dood doet herrijzen. Sterker nog, hij gaat nog een stapje verder als hij zijn eigen 'perfecte' creatie samenstelt uit delen van verschillende doden, en vervolgens nieuw leven inblaast. Al gebruikt hij daarvoor -  volgens de nieuwste wetenschappelijke mode -stroom. Is er leven na de dood? Jazeker, en meer dan dat, je krijgt een soort herkansing in een vernieuwd en beter lichaam. Je zou als het ware kunnen spreken van een Lazarus 2.0.


De scene waarin het publiek voor het eerst het monster in levende lijve kon aanschouwen.

Het probleem van deze verbeterde versie was alleen, dat hij zijn uiterlijk niet meehad. Victor was dan weliswaar een briljante wetenschapper, maar van plastische chirurgie had hij helaas geen kaas gegeten. In de filmversie kwam daar nog eens bij, dat de producent van mening was dat het monster "per ongeluk" de hersenen van een moordenaar moest krijgen. Volgens de filmnormen van die tijd gingen een afzichtelijk uiterlijk en een zwaar criminele aard daarmee weer eens hand in hand. Het kon dan ook niet anders, dat het geheel ontaardde in een aaneenschakeling van dood en verderf. Aan het slot keek het wanhopige en opgejaagde monster vanaf een brandende molen neer op een woedende en wraaklustige menigte. Zo kwam het kwaad hevig krijsend om in de vlammen van de instortende molen. Althans dat zouden we toch mogen verwachten?


De bruid is niet echt bereid in te gaan op de avances van het monster.

Echter, door het grote succes van de film kon een vervolg - waarin het monster het toch overleefd bleek te hebben- niet uitblijven. Het monster kreeg zowaar menselijke trekjes. Hij leerde praten, sigaren roken en - last but not least - wilde zelfs een eigen passend speelkameraadje. En de aangewezen persoon om daarvoor te zorgen liet zich raden: Victor Frankenstein.

Het vervolg met de toepasselijke titel Bride of Frankenstein (1935) is eigenlijk een merkwaardige aaneenschakeling van vreemde scenes en dito figuren. Een aantal volgt het boek van Shelley, maar het vreemdst is een zekere Dr. Pretorius. Hij weet - in samenwerking met het monster - Victor uiteindelijk zo ver te krijgen dat hij weer het laboratorium betreedt. Uiterst merkwaardig daarbij is dat deze Pretorius - hoe wordt totaal niet duidelijk - een hele rij zeer uiteenlopende minimensjes heeft weten te creëren. Tezamen vormen ze soort kermisattractie, die op commando allerlei kunstjes vertoont. Waarschijnlijk moesten ze zorgen voor een luchtige noot in de film, om te voorkomen dat James Whale weer lastig gevallen zou worden door boze bellers. In elk geval is totaal onduidelijk waarvoor Pretorius Frankenstein nodig heeft.

Hoe dat ook zij, half gedwongen en half gechanteerd gaat Victor opnieuw aan de slag. Deze keer om een bruid voor het monster te scheppen. Vanzelfsprekend wordt het weer een Frankensteiniaanse schoonheid. Wederom heeft grimeur Pierce zich mogen uitleven. Nadat hij eerder de Britse acteur William Pratt - beter bekend als Boris Karloff  (zie ook Mummies) - als het monster onsterfelijk heeft gemaakt, wordt nu actrice Elza Lancester aan zijn fantasie bloot gesteld. Het toeval wil dat hij en Irma Kusely zich bij het kapsel sterk hebben laten inspireren door de kroon van Nefertiti. Jammer genoeg voor de bruid - maar wel overeenkomstig de vaardigheden van Victor Frankenstein - heeft hij de rest van Nefertiti daarbij buiten beschouwing gelaten. Voor het monster is dit geen probleem, maar de bruid zelf denkt daar anders over, vooral tijdens haar eerste afspraakje met het monster. Ook hier laat het einde zich raden: deze keer zorgt het monster zelf - we zien op de valreep nog een traantje over zijn wang biggelen - dat alles ten onder gaat. Nu eindigt het met een grote explosie, waarmee hij samen met zijn bruid en ook Pretorius in de lucht vliegt. Tenminste, daar ziet het naar uit, want ... inderdaad...

JEEPERS!
 
De opvolger,  The son of Frankenstein - een draak van een film, met Karloff de laatste keer in de rol van het monster - lijkt tevens het startsein voor een lawine aan belabberde 'Franksteinfilms. We laten hier een aantal modernere versies even buiten beschouwing. Na allerlei serieus bedoelde onderlinge ontmoetingen - zogenaamde meet-films - tussen de filmmonsters van uiteenlopend pluimage, komt het absolute dieptepunt in het genre met de films met de komieken Abbott en Costello. Bud Abbott en Lou Costello, een soort vroegtijdige Amerikaanse tegenhanger van onze The Mounties, inclusief het gevoel voor humor, zijn misschien wel toegevoegd om negenjarigen gerust te stellen.

Maar wees gewaarschuwd, wie naar Abott en Costello meet Frankenstein heeft gekeken, loopt het risico op structurele slapeloosheid. Nee, dan nog liever Boris Karloff met een sigaar onder je bed. En als we heel eerlijk zijn, eigenlijk nog veel liever de bruid, omdat ze ons ergens toch aan Nefertiti doet denken.